En paz
En paz me acostaré
Y así mismo dormiré
Porque solo tú Señor me haces vivir confiado.
En paz me acostaré
Y así mismo dormiré
Porque solo tú Señor me haces vivir confiado.
Porque solo tú Señor me haces vivir confiado.
¿Quién me libra del temor,
Quién me quita la ansiedad
Si no eres tú?
¿Quién me abraza con su amor,
Quién me da de su perdón
Si no eres tú?
Señor…
En paz me acostaré
Y así mismo dormiré
Porque solo tú Señor me haces vivir confiado.
En paz me acostaré
Y así mismo dormiré
Porque solo tú Señor me haces vivir confiado.
Porque solo tú Señor me haces vivir confiado.
¿Quién me libra del temor,
Quién me quita la ansiedad
Si no eres tú?
¿Quién me abraza con su amor,
Quién me da de su perdón
Si no eres tú?
¿Quién me libra del temor,
Quién me quita la ansiedad
Si no eres tú?
¿Quién me abraza con su amor,
Quién me da de su perdón
Si no eres tú?
¿Quién me libra del temor,
Quién me quita esta ansiedad
Si no eres tú?
¿Quién me abraza con su amor,
Quién me da de su perdón
Si no eres tú?
En paz me acostaré
Y así mismo dormiré
Porque solo tú Señor me haces vivir confiado.
Porque solo tú Señor me haces vivir confiado.
In vrede
In vrede ga ik slapen
En zo zal ik ook rusten
Want alleen jij, Heer, laat me vol vertrouwen leven.
In vrede ga ik slapen
En zo zal ik ook rusten
Want alleen jij, Heer, laat me vol vertrouwen leven.
Want alleen jij, Heer, laat me vol vertrouwen leven.
Wie bevrijdt me van de angst,
Wie neemt de zorgen weg
Als jij het niet bent?
Wie omarmt me met zijn liefde,
Wie geeft me zijn vergeving
Als jij het niet bent?
Heer...
In vrede ga ik slapen
En zo zal ik ook rusten
Want alleen jij, Heer, laat me vol vertrouwen leven.
In vrede ga ik slapen
En zo zal ik ook rusten
Want alleen jij, Heer, laat me vol vertrouwen leven.
Want alleen jij, Heer, laat me vol vertrouwen leven.
Wie bevrijdt me van de angst,
Wie neemt de zorgen weg
Als jij het niet bent?
Wie omarmt me met zijn liefde,
Wie geeft me zijn vergeving
Als jij het niet bent?
Wie bevrijdt me van de angst,
Wie neemt de zorgen weg
Als jij het niet bent?
Wie omarmt me met zijn liefde,
Wie geeft me zijn vergeving
Als jij het niet bent?
Wie bevrijdt me van de angst,
Wie neemt deze zorgen weg
Als jij het niet bent?
Wie omarmt me met zijn liefde,
Wie geeft me zijn vergeving
Als jij het niet bent?
In vrede ga ik slapen
En zo zal ik ook rusten
Want alleen jij, Heer, laat me vol vertrouwen leven.
Want alleen jij, Heer, laat me vol vertrouwen leven.