395px

Gota

De Kift

Gout

Ik heb geen spijt, geen tranen, geen verlangen;
Zoals rook van appelbloesems teer,
Door het goud van het verval omvangen,
Gaat alles voorbij en keert niets weer.

Nooit meer zul je zoals vroeger strijden,
M'n hart dat door de kou is aangedaan.
't Land der berken zal mij niet verleiden
Ooit nog blootsvoets er doorheen te gaan.

Zelden zet hij als in vroeger dagen,
Zwerversgeest, mijn lippen nog in gloed.
Dat gaat nu allemaal vervagen,
Vurig oog een zinderend gemoed.

Ik verlang nu minder dan tevoren,
Leven, ben je soms een droom van mij?
't Is als reed ik bij het lentegloren
's Morgens op een roze paard voorbij.

Elk van ons moet van dit leven scheiden,
't Kooperen lover van de esdoorn kwijnt.
Wees gezegend tot het eind der tijden,
Al wat bloeit en daarna weer verdwijnt.

Gota

No tengo arrepentimiento, lágrimas ni anhelo;
Como el humo de las flores de manzano,
Envuelto en el oro de la decadencia,
Todo pasa y nada vuelve.

Nunca más lucharás como antes,
Mi corazón herido por el frío.
La tierra de los abedules no me tentará
A caminar descalzo por ella de nuevo.

Rara vez como en días pasados,
El espíritu errante enciende mis labios.
Todo eso ahora se desvanece,
Ojo ardiente, alma ardiente.

Ahora anhelo menos que antes,
¿Vida, acaso eres un sueño para mí?
Es como si cabalgara en la aurora de primavera
Por la mañana en un caballo rosa.

Cada uno de nosotros debe separarse de esta vida,
La hojarasca de cobre del arce se marchita.
Sé bendecido hasta el fin de los tiempos,
Todo lo que florece y luego desaparece.

Escrita por: