Despues De Las Seis
Tu nombre era a diario como atardecer
para musitarse en secreto
Después de las seis
Y evocaba al grave, sombrío, cielo gris
que hoy da un cierto aire melancólico
al viejo jardín.
El jardín que antaño venía a visitar
a pasar las tardes y otras horas más
a la sombra del pino
y a oír de la fuente el cantar cristalino.
Recuerdo esos días
con la premonición de tu nombre
contado siempre a media voz.
La hoja murmuraba, la fuente también
el viento ensayaba un tranquilo vaivén.
Libélulas y escarabajos castaños
tu nombre volaba liberando encantos
los unos monótonos y delicados
los otros fantásticos y equilibrados.
Qué distinto es hoy que el otoño llegó
y descompuso de un soplo a la flor.
Y la hoja se vistió
galas de mariposa y se alejó
flotando escarlata en un rizo
de sol para clamar después:
ay, yo soy, soy yo, ay
vela, canto, llanto, seco y de papel.
Hoy se terminó Noviembre
y mañana irá a salir el sol
y se irá en la tarde como hoy se marchó
Y comenzarán las hojas
de ver a tu nombre bajo otro color.
Comienza la noche los juegos de sombras
con el cadencioso caer de las hojas.
Y entonces repito tu nombre en secreto
porque si lo guardo me quema en mi pecho.
Tu nombre es poemario de cosas guardadas
que una vez abiertas saltan liberadas
la unas monótonas y delicadas
las otras fantásticas y equilibradas.
Y hoy que el jardín es en rojos y cafés
un vestido que alcanza mis pies
fui la hoja que vistió
galas de mariposa y se alejó
flotando escarlata en un rizo
de sol cuando era otoño rey.
Ay, yo soy, hoy soy, ay,
como la hoja seca, quejas del papel.
Tu nombre es a diario como atardecer
para musitarse en secreto,
Después de las seis.
Na Zes Uur
Jouw naam was dagelijks als een zonsondergang
om in het geheim te fluisteren
Na zes uur
En ik dacht aan de zware, sombere, grijze lucht
Die vandaag een zekere melancholie geeft
aan de oude tuin.
De tuin die ik vroeger kwam bezoeken
om de middagen en andere uren door te brengen
in de schaduw van de den
en te luisteren naar het heldere gezang van de fontein.
Ik herinner me die dagen
met de voorgevoelens van jouw naam
altijd op fluistertoon verteld.
Het blad fluisterde, de fontein ook
De wind oefende een rustige wieg.
Libellen en kastanjebruine kevers
jouw naam vloog vrij en bevrijdde betoveringen
sommige eentonig en delicaat
andere fantastisch en in balans.
Wat is het anders nu de herfst is gekomen
en met een zucht de bloem verstoorde.
En het blad kleedde zich
in de pracht van een vlinder en verdween
zwevend scharlaken in een krul
van zon om daarna te roepen:
ach, ik ben, ik ben, ach
kaars, zang, tranen, droog en van papier.
Vandaag is November voorbij
en morgen zal de zon opkomen
en zal in de middag verdwijnen zoals hij vandaag vertrok
En de bladeren zullen beginnen
jouw naam onder een andere kleur te zien.
De nacht begint de schaduwspellen
met het ritmische vallen van de bladeren.
En dan herhaal ik jouw naam in het geheim
want als ik het bewaar, brandt het in mijn borst.
Jouw naam is een poëzie van bewaarde dingen
Die, eenmaal geopend, bevrijd springen
sommige eentonig en delicaat
andere fantastisch en in balans.
En vandaag, nu de tuin in rood en bruin is
een jurk die mijn voeten bereikt
was ik het blad dat zich kleedde
in de pracht van een vlinder en verdween
zwevend scharlaken in een krul
van zon toen de herfst koning was.
Ach, ik ben, vandaag ben ik, ach,
zoals het droge blad, klachten van papier.
Jouw naam is dagelijks als een zonsondergang
om in het geheim te fluisteren,
Na zes uur.