395px

Jouw Haast

Fernando Delgadillo

Tu Prisa

Lo pude mirar en tus ojos ayer,
estabas tan lejos, no había que decirlo,
tu prisa era un ave queriendo volver
y dejar cielo atrás los ratos vividos.

Con una mirada me diste a entender, y aunque
ya me avisabas que te había perdido,
tu boca mintiéndome, un beso, los ojos
me hubiera cerrado, de no haber notado

tu prisa, esa tu ansiosa prisa.
¿Adónde te incita a volver?
¿Adónde te tiene sujeta
que no te permite dejar de volver?
¿Adónde van tus alas,
esas alas que no acaban de
llenarse de mañana y te urgen siempre a continuar?

Mentira que dude y que no quiera ver
que el tiempo es el tiempo y palabras eternas
se van como a veces llegan a venir,
a la par del delirio que insiste en tus piernas.

Así te mantengo en la mente y te sé
buscando mi boca y juntando tu cuerpo.
No quiero pensarlo y te vuelvo a tener
atrapada a la luz húmeda de un recuerdo con prisa,

esa tu ansiosa prisa.
¿Adónde te incita a volver?
¿Dónde te tiene sujeta
que no te permite dejar de volver?
¿Qué viento abrió tus alas de gaviota demorada,
tras del ruego que no basta para detenerte más?

Oh, ya lo pude ver en tus ojos ayer,
que el mundo siempre tiene tanto que no has visto.
Las aves se marchan, y el viento otra vez
te agita el cabello y te vuelve a invitarlo a probar,
como brisa fresca de tu sonrisa fugaz.

Jouw Haast

Ik kon het gisteren in je ogen zien,
je was zo ver weg, er was niets te zeggen,
jouw haast was een vogel die terug wilde keren
en de lucht achter te laten van de momenten die we leefden.

Met één blik liet je me begrijpen, en hoewel
je me al waarschuwde dat ik je kwijt was,
je mond loog tegen me, een kus, je ogen
had ik gesloten, als ik het niet had opgemerkt.

jouw haast, die ongeduldige haast van jou.
Waar roept het je toe terug?
Waar houdt het je vast
waardoor je niet kunt stoppen met terugkomen?
Waar gaan je vleugels heen,
die vleugels die niet vol raken
met de morgen en je altijd dwingen om door te gaan?

Het is een leugen dat ik twijfel en niet wil zien
dat de tijd de tijd is en eeuwige woorden
vergaan zoals ze soms komen en gaan,
naast de waanzin die in je benen volhardt.

Zo houd ik je in mijn gedachten en weet ik
je zoekt mijn mond en verbindt je lichaam met het mijne.
Ik wil er niet aan denken en heb je weer,
gevangen in het vochtige licht van een herinnering met haast,

die ongeduldige haast van jou.
Waar roept het je toe terug?
Waar houdt het je vast
waardoor je niet kunt stoppen met terugkomen?
Welke wind opende je vleugels van een vertraagde meeuw,
na het gebed dat niet genoeg is om je langer te stoppen?

Oh, ik kon het gisteren in je ogen zien,
dat de wereld altijd zoveel heeft dat je nog niet hebt gezien.
De vogels vertrekken, en de wind weer
speelt met je haar en nodigt je opnieuw uit om het te proberen,
als een frisse bries van je vluchtige glimlach.