Fünfundfünfzig Tage von Peking
Im Jahre 1900, da rief der Trommelklang
Die Welt nach Peking, 55 Tage lang
Die Flammen loderten zum Himmel
Der Tod zog fordernd seinen Gang
Er zog durch Peking, 55 Tage lang
Der Aufstand dunkler Mächte
Den der Haß geboren hatt'
Zog im Feuerschein der Nächte
Durch die große leere Stadt
Und es ward der Trommel Dröhnen
Und es ward der Hörner Klang
Zum Lied von Peking, 55 Tage lang
Es waren 11 Nationen, die fest und ohne Rang
Zusammenstanden, 55 Tage lang
Im Winter wehten ihre Fahnen
Ohne falschen Stolz und Überschwang
Ihr Stolz hieß Trotzen, 55 Tage lang
Und so wie sie das Schicksal
In Gefahr und Not verband
Widerstanden sie dem Feinde
Jeder für sein Vaterland
Und sie kämpften und sie trotzten
Einer großen Übermacht
Und sie kämpften und siegten
Und sie gewannen diese Schlacht
Und es ward der Trommel Dröhnen
Und es ward der Hörner Klang
Zum Lied von Peking, 55 Tage lang
Zum Lied von Peking, 55 Tage lang
Zum Lied von Peking, 55 Tage lang
Vijfenvijftig Dagen van Peking
In het jaar 1900, klonk de trommeltoon
De wereld riep naar Peking, 55 dagen lang
De vlammen rezen naar de hemel
De dood trok eisend zijn gang
Hij trok door Peking, 55 dagen lang
De opstand van duistere machten
Die door haat was geboren
Trok in het vuur van de nachten
Door de grote lege stad
En het trommelgeroffel klonk
En het geluid van hoorns
Tot het lied van Peking, 55 dagen lang
Er waren 11 naties, die vast en zonder rang
Samen stonden, 55 dagen lang
In de winter wapperden hun vlaggen
Zonder valse trots en overmoed
Hun trots heette Trotse, 55 dagen lang
En zoals zij het lot
In gevaar en nood verbonden
Weerstand boden ze aan de vijand
Iedereen voor zijn vaderland
En ze vochten en ze trotseerden
Een grote overmacht
En ze vochten en overwonnen
En ze wonnen deze strijd
En het trommelgeroffel klonk
En het geluid van hoorns
Tot het lied van Peking, 55 dagen lang
Tot het lied van Peking, 55 dagen lang
Tot het lied van Peking, 55 dagen lang