La Rasquiñita
Ahora si están bien bonitas, ahora si están bien bonitas
Esa gente que no sabe, clasificar a un artista
Y el precio que debe darle
Me refiero al que critica y vive hablando locuras
Y que al frente disimula que es propio del envidioso
Pero yo como conozco los ramales del camino
Voy anotando en mi libro y hago lo que me conviene
Y por eso es que Diomedes pasa la vida sabroso
Porque el que sufre por otro lleno de dolor se muere
Oiga Compadre Alfredo López, borracha profesión, uy
En el arte musical, en el arte musical
Son poquitos los que llegan
A escalar el pedestal que sostiene mi folclor
Por es que con razón los que quieren y no pueden
Llegar donde está Diomedes aplaudido por su gente
No se sienten competentes
Y viven con rasquiñita
Hablando mal del artista
De ese que compone y canta
Una canción vallenata cuando se la solicitan
Y eso es lo que necesitan y a muchos les hace falta
Por es que Juaco Guillén y Anibal Aramendi tienen razón al discutir
Yo no sé si sea el primero, yo no sé si sea el primero
Pero el segundo no soy
Solo sé que mi folclor no es pista de competencia
Es un acto de nobleza de un pueblo trabajador, ombe
Que al compás de un acordeón canta y dice lo que siente
Yo que voy cantando siempre
Mis canciones con el alma
Las que me dieron la fama
Que hacen respetar mi nombre
No como ciertos cantores que lo hacen por afición
Y aprovechan el folclor pa' hacer sus negociaciones
Ahora si vuela una mosca, ahora si vuela una mosca
La espantó Diomedes Díaz
Para que la gente mía, crea que estoy desordenado
Pero aquel que está a mi lado
Casi siempre me defiende
Pero el que no le conviene
Cree acabarme con inventos
Yo de eso me río y pienso que es mejor no decir nada
Que son cosas de la fama producto de mi talento
Y el que maltrata con hechos, no maltrata con palabras
Fue todo por el momento
Viva mi fanaticada
De Rasquiñita
Nu zijn ze echt mooi, nu zijn ze echt mooi
Die mensen die niet weten, hoe ze een artiest moeten inschalen
En de prijs die ze moeten geven
Ik heb het over degene die kritiek levert en maar praat als een gek
En vooraan doet alsof hij normaal is, typisch voor de jaloerse
Maar zoals ik de paden van de weg ken
Schrijf ik in mijn boek en doe wat goed voor me is
En daarom leeft Diomedes voluit
Want wie lijdt om een ander, vol pijn, sterft
Hoor eens Compadre Alfredo López, dronken beroep, oei
In de muzikale kunst, in de muzikale kunst
Zijn er maar weinig die het maken
Om de troon te beklimmen die mijn folklore ondersteunt
Juist daarom voelen degenen die willen, maar niet kunnen
Zich niet capabel om bij Diomedes te komen, toegejuicht door zijn mensen
Ze voelen zich niet competent
En leven met rasquiñita
Spreken slecht van de artiest
Diegene die componeert en zingt
Een vallenate wanneer het gevraagd wordt
Dat is wat ze nodig hebben, en wat velen missen
Daarom hebben Juaco Guillén en Anibal Aramendi gelijk om te discussiëren
Ik weet niet of ik de eerste ben, ik weet niet of ik de eerste ben
Maar de tweede ben ik niet
Ik weet alleen dat mijn folklore geen wedstrijdterrein is
Het is een daad van nobelheid van een werkend volk, ombe
Dat op de maat van een accordeon zingt en zegt wat het voelt
Ik die altijd zing
Mijn liedjes met mijn ziel
Die mij de roem hebben gegeven
Die mijn naam respect geven
Niet zoals bepaalde zangers die het voor de lol doen
En de folklore gebruiken voor hun zakelijke belangen
Nu jaagt een vlieg, nu jaagt een vlieg
Diomedes Díaz heeft hem weggezongen
Zodat mijn mensen geloven dat ik chaotisch ben
Maar degene die naast me staat
Verdedigt me bijna altijd
Maar degene voor wie het niet uitkomt
Denkt me te kunnen kwetsen met verzinsels
Daarom lach ik en denk ik dat het beter is om te zwijgen
Want dat zijn dingen van de roem, voortgekomen uit mijn talent
En wie met daden kwetst, kwetst niet met woorden
Het was allemaal voor het moment
Leve mijn fans