Lions
Red sun go down way over dirty town
Starlings are sweeping around crazy shoals
A girl is there high heeling across the square
Wind blows around in her hair and the flags upon the poles
Waiting in the crowd to cross at the light
She looks around to find a face she can like
Church bell clinging on trying to get a crowd to Evensong
Nobody cares to depend upon the chime it plays
They're all in the station praying for trains
Congregation late again
It's getting darker all the time these flagpole days
Drunk old soldier he gives her a fright
He's a crazy lion howling for a fight
Strap hanging gunshot sound
Doors slamming on the overground
Starlings are tough but the lions are made of stone
Her evening paper is horror torn
But there's hope later for Capricorns
Her lucky stars give her just enough to get her home
The she's reading about a swing to the right
But she's thinking about a stranger in the night
I'm thinking about the lions tonight
What happend to the lions
Leeuwen
Rode zon zakt weg boven de vuile stad
Spreeuwen zwijmelen rond in gekke scholen
Een meisje daar met hoge hakken over het plein
De wind waait door haar haar en de vlaggen aan de palen
Wachtend in de menigte om over te steken bij het licht
Ze kijkt om zich heen om een gezicht te vinden dat ze leuk vindt
De kerkklok luidt en probeert een menigte te krijgen voor Evensong
Niemand geeft om de klank die het speelt
Ze zijn allemaal op het station aan het bidden voor treinen
De gemeente weer te laat
Het wordt steeds donkerder in deze vlaggenpoldagen
Een dronken oude soldaat geeft haar een schrik
Hij is een gekke leeuw die huilt om een gevecht
Luid knallen van een schot
Deuren dichtslaan op de bovengrond
Spreeuwen zijn taai, maar de leeuwen zijn van steen
Haar avondkrant is vol horror en gescheurd
Maar er is later hoop voor de Steenbokken
Haar gelukkige sterren geven haar net genoeg om thuis te komen
Dan leest ze over een verschuiving naar rechts
Maar ze denkt aan een vreemde in de nacht
Ik denk vanavond aan de leeuwen
Wat is er met de leeuwen gebeurd?
Escrita por: Mark Knopfler