Pedras Que Cantam
Quem é rico mora na praia
Mas quem trabalha nem tem onde morar
Quem não chora dorme com fome
Mas quem tem nome joga prata no ar
Ô tempo duro no ambiente
Ô tempo escuro na memória
O tempo é quente
E o dragão é voraz
Vamos embora de repente
Vamos embora sem demora
Vamos pra frente
Que pra trás não dá mais
Pra ser feliz num lugar
Pra sorrir e cantar
Tanta coisa a gente inventa
Mas no dia que a poesia se arrebenta
É que as pedras vão cantar
Zingende Stenen
Wie rijk is, woont aan het strand
Maar wie werkt, heeft geen plek om te staan
Wie niet huilt, gaat hongerig naar bed
Maar wie naam heeft, gooit zilver in de lucht
Oh, zware tijden in de lucht
Oh, donkere tijden in het geheugen
De tijd is heet
En de draak is gretig
Laten we plotseling gaan
Laten we zonder uitstel vertrekken
Laten we vooruitgaan
Want achteruit kan niet meer
Om gelukkig te zijn op een plek
Om te lachen en te zingen
Zoveel dingen verzinnen we
Maar op de dag dat de poëzie breekt
Zullen de stenen gaan zingen