395px

Het Lied Van De Dwalende Aengus

Donovan

The Song Of Wandering Aengus

I wish out to the hazel wood
Because a fire was in my head
And I cut and peeled a hazel wand
And hooked a berry with a thread
And when white moths were on the wing
And moth-like stars were flickering out
I dropped a berry in a stream
And caught a little silver trout.

When I had laid it on the floor
I went to blow the fire aflame
But something rustled on the door
And someone called me by by name.
It had become a glimmering girl
With apple blossoms in her hair
Who called me by my name and ran
And faded through the brightening air.

Though I am old with wandering
Through hollow lands and hilly lands
I will find out where she has goner
And kiss her lips andc take her hands
And walk among long dappled grass
And pluck till time and times are done
The silver apples of the moon,
The golden apples of the sun

Het Lied Van De Dwalende Aengus

Ik wens naar het hazelaarbos
Omdat er een vuur in mijn hoofd was
En ik sneed en schilde een hazelstok
En haakte een bes met een draad
En toen witte motten in de lucht waren
En motachtige sterren flonkerden
Liet ik een bes in een stroom vallen
En ving een kleine zilveren forel.

Toen ik het op de vloer had gelegd
Ging ik de vlammen op het vuur aanblazen
Maar iets ritselde bij de deur
En iemand noemde me bij mijn naam.
Het was een glinsterend meisje geworden
Met appelbloesems in haar haar
Die me bij mijn naam noemde en wegrende
En vervaagde door de opklarende lucht.

Hoewel ik oud ben van het dwalen
Door holle landen en heuvelachtige streken
Zal ik ontdekken waar ze heen is gegaan
En haar lippen kussen en haar handen nemen
En wandelen tussen het lange gevlekte gras
En plukken tot tijd en tijden voorbij zijn
De zilveren appels van de maan,
De gouden appels van de zon.

Escrita por: D. Leitch / W. B. Yeats / Donovan / William Butler Yeats