Kinderen
In de nacht lopen kleine kinderen op hun tenen
Ze zijn stiekum uit bed gegaan
Ze hebben hun pyjamaatjes aan
Ze lopen op blote voeten op de stenen
Zo koud, zo koud, maar nee
De kindertjes zijn stout
Het is de nacht dat alle kleine kinderen samenkomen
Hun vader en moeder weten het niet
Het is al zo laat dat niemand ze ziet
En iedereen denkt dat ze lekker dromen
Zo zacht, zo zacht, maar nee
Ze lopen zachtjes door de nacht
Aan het eind van de straat is het bos
Ze gaan zitten op het zachte mos
De een met een zuurtje, de ander een zuurstok
De een heeft een ijsje, de ander een radijsje
En ze snoepen er op los
In de dauw lopen kleine kinderen snel naar huis
Het wordt al lichter in de stad
Ze hebben zo'n plezier gehad
Nog even hollen en dan zijn ze thuis
Naar bedje toe, naar bedje toe
En mammie zegt 's morgens
"Schat, je ziet wat moe..."
Niños
En la noche, los pequeños niños caminan de puntillas
Se han levantado sigilosamente de la cama
Llevan puestos sus pijamitas
Caminan descalzos sobre las piedras
Tan frío, tan frío, pero no
Los niños son traviesos
Es la noche en la que todos los pequeños niños se reúnen
Sus padres no lo saben
Es tan tarde que nadie los ve
Y todos piensan que están soñando plácidamente
Tan suave, tan suave, pero no
Caminan silenciosamente por la noche
Al final de la calle está el bosque
Se sientan en el suave musgo
Uno con un caramelo ácido, el otro un chupetín
Uno tiene un helado, el otro un rábano
Y disfrutan de los dulces
En el rocío, los pequeños niños corren rápidamente a casa
Ya está amaneciendo en la ciudad
Se han divertido tanto
Corren un poco más y luego están en casa
A la cama, a la cama
Y mamá dice por la mañana
"Cariño, te veo un poco cansado..."