395px

Oude Chica

Dulce Pontes

Velha Chica

Antigamente a velha chica
vendia cola e gengibre
e lá pela tarde ela lavava a roupa
do patrão importante;
e nós os miúdos lá da escola
perguntávamos à vóvó Chica
qual era a razão daquela pobreza,
daquele nosso sofrimento.
Xé menino, não fala política,
não fala política, não fala política.

Mas a velha Chica embrulhada nos pensamentos,
ela sabia, mas não dizia a razão daquele sofrimento.
Xé menino, não fala política,
não fala política, não fala política.

E o tempo passou e a velha Chica, só mais velha ficou.
Ela somente fez uma kubata com teto de zinco, com teto de zinco.
Xé menino, não fala política, não fala política.

Mas quem vê agora
o rosto daquela senhora, daquela senhora,
só vê as rugas do sofrimento, do sofrimento, do sofrimento!
E ela agora só diz:
"- Xé menino, quando eu morrer, quero ver Angola viver em paz!
Xé menino, quando morrer, quero ver Angola e o Mundo em paz!"

Oude Chica

Vroeger verkocht de oude Chica
cola en gember
en 's middags waste ze de kleren
van de belangrijke baas;
en wij, de kinderen van de school,
vroegen aan oma Chica
wat de reden was van die armoede,
vandaan dat lijden van ons.
Hé jongen, praat niet over politiek,
praat niet over politiek, praat niet over politiek.

Maar de oude Chica, verstrikt in gedachten,
ze wist het, maar zei niet wat de reden was van dat lijden.
Hé jongen, praat niet over politiek,
praat niet over politiek.

En de tijd verstreek en de oude Chica, werd alleen maar ouder.
Ze maakte alleen een kubata met een zinken dak, met een zinken dak.
Hé jongen, praat niet over politiek, praat niet over politiek.

Maar wie nu kijkt naar
het gezicht van die dame, die dame,
ziet alleen de rimpels van het lijden, van het lijden, van het lijden!
En ze zegt nu alleen:
"- Hé jongen, als ik sterf, wil ik Angola in vrede zien leven!
Hé jongen, als ik sterf, wil ik Angola en de wereld in vrede zien!"

Escrita por: Waldemar Bastos