395px

De gitana

Ecos Del Rocio

La gitana

De mi chocita de juncos
se me escapó una mañana
llena de rabia y coraje
en un canasto de cañas
llevaba to su equipaje
Era de raza gitana
mi gente no la quería
se me escapó una mañana
¡qué mala suerte la mía!

¿Quién ha visto a una gitana
entre los algodonales
con su camisita blanca
amarraíta en el talle?
Tan sólo por ser gitana
mi gente no la quería
ay, ¿cómo no les gustaba
tu cara morena, gitanita mía?
yo por ti me muero tu eres mi alegría.

¿Quién ha visto a una gitana
en el río a medio día?
como lavando bailaba
con las enaguas tendías
Si un día te la encontraras
dile que yo no la olvío
que mi chocita es su casa
que la quiero más que nunca la he querío
que dile que se vuelva al laito mío

¿Quién ha visto a una gitana
detrás de su borriquillo
escuchando una cigarra
que cantaba en los olivos.
A veces quiero olvidarla
a veces sueño con ella
cuando tiro de mi manta
te hecho de menos
no estás a mi vera
con lo que yo te quiero
niña canastera.

Voy buscando a una gitana
con una rosa en el pelo
ojalá me la encontrara
pa decirle que la quiero
Dejarla como soñaba
vendiendo rosas y claveles
que era lo que le gustaba
no quería tierra ni baraca ni redes
que si no acabara con diez churumbeles

De gitana

Uit mijn rietjeshuis
is ze me ontsnapt, een ochtend
vol woede en moed,
met een mand vol riet.
Ze nam al haar bagage mee.
Ze was van zigeunerbloed,
mijn mensen wilden haar niet,
ze is me ontsnapt, een ochtend.
Wat een pech heb ik!

Wie heeft een gitana gezien
tussen de katoenvelden,
met haar witte blouse,
strak om haar taille?
Slechts omdat ze gitana is,
wilden mijn mensen haar niet.
Oh, hoe konden ze niet houden van
jouw gebruinde gezicht, mijn gitana?
Ik sterf voor jou, jij bent mijn vreugde.

Wie heeft een gitana gezien
in de rivier rond het middaguur?
Terwijl ze aan het wassen was,
met haar onderrokken uitgespreid.
Als je haar ooit tegenkomt,
zeg dan dat ik haar niet vergeet,
dat mijn rietjeshuis haar huis is,
dat ik van haar hou meer dan ooit heb gedaan,
zeg dat ze terug moet komen naar mij.

Wie heeft een gitana gezien
achter haar ezeltje,
luisterend naar een cicade
die zong tussen de olijfbomen?
Soms wil ik haar vergeten,
soms droom ik van haar.
Als ik mijn deken optrek,
mis ik je,
je bent niet bij me,
met hoeveel ik van je hou,
meisje met de mand.

Ik ben op zoek naar een gitana
met een roos in haar haar.
Ik hoop dat ik haar tegenkom
om te zeggen dat ik van haar hou.
Laat haar zijn zoals ze droomde,
rozen en anjers verkopen,
want dat was wat ze leuk vond.
Ze wilde geen land, geen huis, geen netten,
want anders zou ze eindigen met tien kinderen.

Escrita por: