395px

Laat niemand huilen

Ecos Del Rocio

Que nadie a llorar

El día que yo me muera
que nadie vaya a llorar.
que coja una borrachera
quien me quiera de verdad
yo siempre quise que en vida me dieran
lo que me fueran a dar.
Que descorchen mis amigos
una botella de vino
"pa" "to" el que quiera brindar
por el final de un camino
que no le falto de "na".

Me gusta cantar por gusto
que nadie me diga "na".
estirarme con los pies juntos
y hartarme de cantar
y sentir el pellizco profundo
de una guitarra templá.
Y la sonisa de un crío
que no se queda dormío
porque te quiere escuchar
a mi me quita el sentío
y me harto de cantar.

Mi vida es igual que el agua
que brota del manantial.
se pierde por la montaña
y nunca mira hacia atrás
soy una gota de un río que pasa
yo quiero ser uno mas.
Yo no soy agua de vaso
lo mío no es el remanso
me gusta la libertad
yo quiero ser tortolita de paso
que ha nacío "pa" olar.

Me gusta verle la cara
a un amigo de verdad.
en las buenas y las malas
y me duele la puñala
del que en lo bueno me ponga la espalda
y en lo malo se va.
Las mujeres, el buen vino
la alondra con ese trino
la siesta y su despertar
me gusta a mi que me lleve el destino
a donde me quiera llevar.

Que un rasgeo de guitarra
deje las cenizas mías
entre el olivo y la parra
que me den los buenos días
el cante de la cigarra.

Laat niemand huilen

De dag dat ik sterf
laat niemand huilen.
Laat degene die echt om me geeft
maar lekker dronken worden.
Ik wilde altijd dat ze me in leven gaven
wat ze me zouden geven.
Laat mijn vrienden de kurken ontkurken
van een fles wijn
voor iedereen die wil proosten
op het einde van een pad
waar ik niets tekortkom.

Ik zing graag voor mijn plezier
laat niemand me iets zeggen.
Me uitrekken met mijn voeten bij elkaar
en me volstoppen met zingen
en de diepe kriebel voelen
van een gitaar die klinkt.
En de lach van een kind
dat niet in slaap valt
omdat hij je wil horen
maakt me helemaal blij
en ik zing maar door.

Mijn leven is net als water
dat uit de bron komt.
Het verdwijnt door de bergen
en kijkt nooit achterom.
Ik ben een druppel van een rivier die voorbijgaat
ik wil er één van zijn.
Ik ben geen water uit een glas
ik hou niet van stilstaand water
ik hou van vrijheid.
Ik wil een tortelduif zijn die voorbij vliegt
en geboren is om te ruiken.

Ik hou ervan om het gezicht
van een echte vriend te zien.
In goede en slechte tijden
en het doet me pijn als iemand
in goede tijden zijn rug naar me toekeert
en in slechte tijden weggaat.
De vrouwen, de goede wijn
de leeuwerik met zijn gezang
de siësta en het ontwaken
ik wil dat het lot me brengt
waar het me ook maar wil brengen.

Laat een greep van de gitaar
mijn as achterlaten
tussen de olijfboom en de wijnrank
laat ze me goedemorgen wensen
met het gezang van de cicade.