395px

De Vogel

El Cartel de Nuevo León

Pajarillo

Maquillaje a granel, usaba a diario
Y vendía su piel a precio caro
De las ocho a las diez en una esquina
Era joven infiel, era rosa y espina

Y se llamaba, no sé, nunca lo supe
Nunca le pregunté, nunca dispuse
De su tiempo y su piel, era un mocoso
Y tan solo le miré de pozo en pozo

Y era un pajarillo de blancas alas
De balcón en balcón, de plaza en plaza
Vendedora de amor, ofrecedora
Para el mejor postor de su tonada

Cinco inviernos pasaron y ahí seguía
La misma hora de ayer, la misma esquina
Era joven y fiel, y aún tenía la rosa de su piel
Y más grande de espina

Y sonreía al pasar de los mirones
Bajo de aquel farol, noche tras noche
Veinte veces se la llevaron presa
Y cantó su canción tras de las rejas

Y era un pajarillo de blancas alas
De balcón en balcón, de plaza en plaza
Vendedora de amor, ofrecedora
Para el mejor postor de su tonada

Se le arrugó la piel
Y el maquillaje suficiente no fue para taparle
La huella que dejó el sexto invierno
Se le acabó el color y hasta el aliento

Y de las ocho a las diez, solo en la esquina
Se quedó aquel farol y aquella espina
La rosa no sé yo dónde se iría
Se llamaba, no sé, y sonreía

Y era un pajarillo de blancas alas
De balcón en balcón, de plaza en plaza
Vendedora de amor, ofrecedora
Para el mejor postor de su tonada

De Vogel

Elke dag droeg ze veel make-up
En verkocht haar huid voor een hoge prijs
Van acht tot tien op een hoek
Was jong en ontrouw, was roos en doorn

En ze heette, ik weet het niet, nooit geweten
Heb haar nooit gevraagd, nooit de tijd gehad
In haar huid was ze een snotneus
En ik keek haar alleen aan van put naar put

En ze was een vogel met witte vleugels
Van balkon naar balkon, van plein naar plein
Verkoper van liefde, aanbieder
Voor de hoogste bieder van haar melodie

Vijf winters gingen voorbij en ze was er nog
Hetzelfde uur als gisteren, dezelfde hoek
Was jong en trouw en had nog de roos van haar huid
En de doorn was groter geworden

En ze glimlachte naar de voorbijgangers
Onder die lantaarn, nacht na nacht
Twintig keer werd ze gevangen genomen
En zong haar lied, achter de tralies

En ze was een vogel met witte vleugels
Van balkon naar balkon, van plein naar plein
Verkoper van liefde, aanbieder
Voor de hoogste bieder van haar melodie

Haar huid werd rimpelig
En de make-up was niet genoeg om te verbergen
De afdruk die de zesde winter achterliet
Haar kleur was vervaagd en zelfs haar adem

En van acht tot tien alleen op de hoek
Bleef die lantaarn staan
En die doorn verzegelde de roos, waar zou ze heen gaan?
Ze heette, ik weet het niet en glimlachte

En ze was een vogel met witte vleugels
Van balkon naar balkon, van plein naar plein
Verkoper van liefde, aanbieder
Voor de hoogste bieder van haar melodie

Escrita por: José María Napoleón