395px

Aan Monteros

El Chango Nieto

A Monteros

A ella que le gusta que todos la nombren
Con una guitarra y un bombo legüero
A ella que le gusta que le enciendan coplas
Por eso te nombra mi canto Monteros

A ella que me viera de chango mirando
Al ingenio tibio corazón de hierro
A ella que las cañas la visten de verde
Por eso te nombro en mi canto Monteros

Y más dulce que tus guarapos
Son las niñas que hay en tu pueblo
Sé que por tus venas de azúcar despierta
Toda la alegría mi linda Monteros

A ella que el poeta la vio tempranera
Tarareando duendes de vinos pateros
Y dejó en su cielo la rosa galana
Por eso te nombra mi canto Monteros

A ella que en noviembre le pide a los grillos
Otra vez el canto del hombre zafrero
A ella que le gusta que le enciendan coplas
Por eso te nombra mi canto Monteros

Aan Monteros

Aan haar die het leuk vindt dat iedereen haar noemt
Met een gitaar en een bombo legüero
Aan haar die het leuk vindt dat ze gezangen horen
Daarom noem ik je in mijn lied, Monteros

Aan haar die me zag als een jongen die kijkt
Naar de warme suikerfabriek met een hart van ijzer
Aan haar die de suikerriet in het groen kleedt
Daarom noem ik je in mijn lied, Monteros

En zoeter dan jouw guarapo's
Zijn de meisjes in jouw dorp
Ik weet dat door jouw suikervenen ontwaakt
Al mijn vreugde, mijn mooie Monteros

Aan haar die de dichter vroeg om vroeg op te staan
Flonkerend met de klanken van wijnliederen
En die in haar lucht de mooie roos achterliet
Daarom noem ik je in mijn lied, Monteros

Aan haar die in november de krekels vraagt
Weer het lied van de man die suikerriet oogst
Aan haar die het leuk vindt dat ze gezangen horen
Daarom noem ik je in mijn lied, Monteros

Escrita por: