395px

De kleine trommelaar

El Consorcio

El pequeño tamborilero

El camino que lleva a Belén
baja hasta el valle que la nieve cubrió
los pastorcillos quieren ver a su rey
le traen regalos en su humilde zurrón
rompopopón, rompopopón
ha nacido en el portal de Belén el niño [dios].

Yo quisiera poner a sus pies
algún presente el regalo mejor
más él ya sabe que soy pobre también
y no poseo más que un viejo tambor
rompopopón, rompopopón
en su honor frente al portal tocaré con mi tambor.

El camino que lleva a Belén
yo voy marcando con mi viejo tambor
nada mejor hay que yo pueda ofrecer
su ronco acento es un canto de amor
rompopopón, rompopopón
cuando estuve tocando ante él me sonrió.

De kleine trommelaar

De weg die naar Bethlehem leidt
daalt af naar de vallei die door sneeuw bedekt is
de herdertjes willen hun koning zien
ze brengen geschenken in hun eenvoudige zak
rompopopón, rompopopón
is geboren in de stal van Bethlehem het kind [god].

Ik zou graag aan zijn voeten willen leggen
iets bijzonders, het beste geschenk
maar hij weet al dat ik ook arm ben
en ik heb niet meer dan een oude trommel
rompopopón, rompopopón
ter ere van hem zal ik voor de stal spelen met mijn trommel.

De weg die naar Bethlehem leidt
ik markeer hem met mijn oude trommel
er is niets beters dat ik kan bieden
zijn schorre klank is een lied van liefde
rompopopón, rompopopón
toen ik voor hem speelde, glimlachte hij naar me.

Escrita por: