As Aparências Enganam
As aparências enganam
Aos que odeiam e aos que amam
Porque o amor e o ódio se irmanam
Na fogueira das paixões
Os corações pegam fogo
E depois não há nada que os apague
Se a combustão os persegue
As labaredas e as brasas são
O alimento, o veneno, o pão
O vinho seco, a recordação
Dos tempos idos de comunhão
Sonhos vividos de conviver
As aparências enganam
Aos que odeiam e aos que amam
Porque o amor e o ódio se irmanam
Na geleira das paixões
Os corações viram gelo
E depois não há nada que os degele
Se a neve, cobrindo a pele
Vai esfriando por dentro o ser
Não há mais forma de se aquecer
Não há mais tempo de se esquentar
Não há mais nada pra se fazer
Senão chorar sob o cobertor
As aparências enganam
Aos que gelam e aos que inflamam
Porque o fogo e o gelo se irmanam
No outono das paixões
Os corações cortam lenha
E depois se preparam pra outro inverno
Mas o verão que os unira
Ainda vive e transpira ali
Nos corpos juntos na lareira
Na reticente primavera
No insistente perfume
De alguma coisa chamada amor
De Schijn Bedriegt
De schijn bedriegt
Voor wie haat en voor wie liefheeft
Want de liefde en de haat zijn verwant
In het vuur van de passies
De harten vlammen op
En daarna is er niets dat ze dooft
Als de verbranding hen achtervolgt
Zijn de vlammen en de gloed
Het voedsel, het vergif, het brood
De droge wijn, de herinnering
Aan de vervlogen tijden van samenzijn
Dromen geleefd van samenleven
De schijn bedriegt
Voor wie haat en voor wie liefheeft
Want de liefde en de haat zijn verwant
In de kou van de passies
De harten worden ijs
En daarna is er niets dat ze ontdooit
Als de sneeuw, die de huid bedekt
Van binnen het wezen afkoelt
Er is geen manier meer om op te warmen
Er is geen tijd meer om te verwarmen
Er is niets meer te doen
Behalve huilen onder de dekens
De schijn bedriegt
Voor wie bevriest en voor wie ontsteekt
Want het vuur en het ijs zijn verwant
In de herfst van de passies
De harten hakken hout
En bereiden zich voor op een andere winter
Maar de zomer die hen verbond
Leeft nog steeds en ademt daar
In de lichamen samen bij de haard
In de terughoudende lente
In de volhardende geur
Van iets dat liefde wordt genoemd