395px

Duizend uren

Los Enanitos Verdes

Mil horas

Faz frio
Estou longe de casa
Faz tempo que estou sentado sobre esta pedra
Eu me pergunto
Para que servem as guerras

Tenho um foguete nas calças
Tu estás tão fria
Como a neve ao meu redor
Tu estás tão branca
Que já não sei o que fazer

A outra noite te esperei de baixo de chuva
Duas horas, mil horas
Como um cachorro
E quando chegaste, me olhaste e me disseste:
"Louco, estás molhado, já não te quero"

No circo tu já es uma estrela
Uma estrela vermelha que tudo se imagina
Se te perguntam, tu não me conhecias não não

Tenho um foguete nas calças
Tu estás tão fria
Como a neve ao meu redor
Tu estás tão branca
Que já não sei o que fazer

A outra noite te esperei de baixo de chuva
Duas horas, mil horas
Como um cachorro
E quando chegaste, me olhaste e me disseste:
"Louco, estás molhado, já não te quero"

A outra noite te esperei de baixo de chuva
Duas horas, mil horas
Como um cachorro
E quando chegaste, me olhaste e me disseste:
"Louco, estás molhado, já não te quero"

Duizend uren

Het is koud
Ik ben ver van huis
Het is al een tijd dat ik op deze steen zit
Ik vraag me af
Waar zijn de oorlogen goed voor?

Ik heb een raket in mijn broek
Jij bent zo koud
Als de sneeuw om me heen
Jij bent zo wit
Dat ik niet meer weet wat te doen

Gisteravond wachtte ik op je onder de regen
Twee uur, duizend uren
Als een hond
En toen je aankwam, keek je me aan en zei je:
"Gek, je bent nat, ik wil je niet meer"

In de circus ben jij al een ster
Een rode ster die alles zich kan voorstellen
Als ze je vragen, ken je me niet, nee nee

Ik heb een raket in mijn broek
Jij bent zo koud
Als de sneeuw om me heen
Jij bent zo wit
Dat ik niet meer weet wat te doen

Gisteravond wachtte ik op je onder de regen
Twee uur, duizend uren
Als een hond
En toen je aankwam, keek je me aan en zei je:
"Gek, je bent nat, ik wil je niet meer"

Gisteravond wachtte ik op je onder de regen
Twee uur, duizend uren
Als een hond
En toen je aankwam, keek je me aan en zei je:
"Gek, je bent nat, ik wil je niet meer"

Escrita por: Andrés Calamaro