Intruso
Hay un intruso en mi cuarto
Lo veo por la ventana
Yo afuera y él adentro un santo
Yo el de vida profana
Ese intruso en mi cuarto
Se viste con mi ropa
Le grito no me escucha y cuanto más trato
Más se apropia de mis cosas
Es de anatomía
Idéntica a la mía
Su rostro es de alegría
El mío es de agonía
Miseria, tesoro
El ríe, yo lloro
Los míos lo adoptan
Lo arropan
De lo que despojé se apropia
Felices, yo triste
Intruso me desapareciste
Indringer
Er is een indringer in mijn kamer
Ik zie hem door het raam
Ik buiten en hij binnen, een heilige
Ik de zondige levensstijl
Die indringer in mijn kamer
Draagt mijn kleren
Ik schreeuw, hij hoort me niet en hoe meer ik probeer
Hoe meer hij zich van mijn spullen toe-eigent
Hij heeft een anatomie
Identiek aan de mijne
Zijn gezicht straalt vreugde uit
Het mijne is van pijn
Ellende, schat
Hij lacht, ik huil
De mijne adopteren hem
Omarmen hem
Van wat ik ontnomen ben, maakt hij zich meester
Gelukkig, ik verdrietig
Indringer, je hebt me laten verdwijnen