395px

Cambalache

Enrique Santos Discépolo

Cambalache

Que el mundo fue y será una porquería, ya lo sé
En el quinientos seis y en el dos mil también
Que siempre ha habido chorros, maquiavélicos y estafadores
Contentos y amargados, valores y dubles

Pero que el siglo veinte es un despliegue
De maldad insolente, ya no hay quien lo niegue
Vivimos revolcados en un merengue
Y en un mismo lodo todos manoseados

Hoy resulta que es lo mismo ser derecho que traidor
Ignorante, sabio, chorro, generoso, estafador
Todo es igual, nada es mejor
Lo mismo un burro que un gran profesor

No hay aplazados, ni escalafón
Los inmorales nos han igualado
Si uno vive en la impostura
Y otro roba en su ambición
Da lo mismo que si es cura
Colchonero, rey de bastos
Caradura o polizón

Que falta de respeto
Que atropello a la razón
Cualquiera es un señor
Cualquiera es un ladrón
Mezclados con Stavisky
Van Don Bosco y la Mignón
Carnera y Napoleón
Don Chicho y San martín

Igual que en la vidriera irrespetuosa
De los cambalaches
Se ha mezclado la vida
Y herida por un sable sin remaches
Ves llorar la Biblia contra un calefón

Siglo veinte, cambalache, problemático y febril
El que no llora, no mama, y el que no afana es un gil
Dale no más, dale que va
Que allá en el horno se vamos a encontrar
No pienses más, siéntate a un lado
Que a nadie importa si naciste honrado
Que es lo mismo el que labura

Noche y día como un buey
Que el que vive de los otros
Que el que mata o el que cura
O esta fuera de la ley

Vivimos revolcaos en un merengue
Y en un mismo lodo todos manoseados

Cambalache

Dat de wereld was en zal zijn een rommel, dat weet ik al
In vijftienhonderd zes en in tweeduizend ook
Dat er altijd oplichters, sluwe en bedriegers zijn
Blij en zuur, waarden en schijn

Maar dat de twintigste eeuw een vertoning is
Van brutale slechtheid, dat kan niemand ontkennen
We leven gewikkeld in een rommel
En in dezelfde modder zijn we allemaal aangeraakt

Vandaag blijkt dat het hetzelfde is om rechtvaardig of verraderlijk te zijn
Onwetend, wijs, oplichter, genereus, bedrieger
Alles is gelijk, niets is beter
Hetzelfde een ezel als een grote professor

Er zijn geen uitvallers, geen rangorde
De immorelen hebben ons gelijkgemaakt
Als de één leeft in schijn
En de ander steelt uit ambitie
Maakt het niet uit of hij priester is
Of een oplichter, koning van stokken
Schoft of stiekemerd

Wat een gebrek aan respect
Wat een schending van de rede
Iedereen is een heer
Iedereen is een dief
Gemengd met Stavisky
Gaan Don Bosco en de Mignón
Carnera en Napoleon
Don Chicho en San Martín

Net als in de respectloze etalage
Van de cambalaches
Is het leven vermengd
En gewond door een zwaard zonder klinknagels
Zie je de Bijbel huilen tegen een boiler

Twintigste eeuw, cambalache, problematisch en koortsachtig
Wie niet huilt, krijgt niet, en wie niet steelt is een sukkel
Ga maar door, ga maar door
Want daar in de oven gaan we elkaar ontmoeten
Denk niet meer na, ga aan de kant zitten
Want het maakt niemand uit of je eerzaam geboren bent
Want het is hetzelfde als degene die werkt

Nacht en dag als een os
Als degene die van anderen leeft
Als degene die doodt of geneest
Of buiten de wet staat

We leven gewikkeld in een rommel
En in dezelfde modder zijn we allemaal aangeraakt

Escrita por: Enrique Santos Discépolo