Bulería Por Soleá
Que bonita es la amapola
No tiene pare ni mare
Se cría en el campo sola
Yo me metía por los rincones
Y como se que no me quieres
Compañerito malino
Te confundo a maldiciones
Grandes locuritas eran negarlo
Pero tu pa mi acabaste
Así vivieras cien años
Y no me lo dejaron ver
Y cuando su agonia estaba
Gotas de sangre lloré
Bulería Voor Soleá
Wat mooi is de klaproos
Heeft geen gelijke of moeder
Groeit alleen op het veld
Ik kroop in de hoekjes
En omdat ik weet dat je niet van me houdt
Schatje, je bent slecht
Ik verwissel je met vervloekingen
Grote gekkigheid was het om het te ontkennen
Maar voor mij ben je klaar
Ook al leef je nog honderd jaar
En ze lieten me niet zien
En toen je in je doodsstrijd was
Huilde ik tranen van bloed