Autorretrato
Soy un lince, ¡tengo un ojo...! siempre estoy metido en líos.
Poderoso, y soy un zarrio,
cuando ando suena un crujío.
Soy yonki, soy chuloputa, traficante, delincuente...
soy amante del alcohol.
Soy la hostia de obediente, dime .-arrasa-, y dios tirita,
dime ladra y digo ¡guau!.
No entiendo de construcciones,
no encuentro qué demoler,
me da lo mismo hombre o mujer.
Soy muy listo, un poco autista,
no hago caso - ¡calla, lista!-,
y yo hago con que me he enterao.
Si me encierro, ven a verme; un vis a vis...
Caí preso dentro de mí, dentro, muy dentro de mí.
Si escapo, ve a buscarme cualquier día
donde quede alguna flor..., donde no haya policía.
Zelfportret
Ik ben een lynx, ik heb een oog...! altijd in de problemen.
Krachtig, en ik ben een zootje,
als ik loop klinkt er een gekraak.
Ik ben een junk, een klootzak, dealer, crimineel...
ik ben een liefhebber van alcohol.
Ik ben ontzettend gehoorzaam, zeg maar - verwoest - en God bibbert,
zeg maar blaf en ik zeg ¡woef!.
Ik begrijp niets van constructies,
ik weet niet wat ik moet slopen,
het maakt me niet uit man of vrouw.
Ik ben heel slim, een beetje autistisch,
ik luister niet - ¡hou je mond, slimkop! -
en ik doe alsof ik het snap.
Als ik me opsluit, kom me dan bezoeken; een vis-à-vis...
Ik viel gevangen in mezelf, diep, heel diep in mezelf.
Als ik ontsnap, kom me dan zoeken op een dag
waar nog een bloem is..., waar geen politie is.