Romperás
Romperás con tu voz
mil silencios que habitan en cada rincón.
Y olvidar de un tirón
todo el tiempo que paso esperando tu amor.
Cambiaré de color:
voy a pintar de verde la luna y el sol,
y al final, ¿quién soy yo?:
A ver si me lo aprendo, y me sale mejor.
Tu cintura, que hermosura:
todo el día me paso en ella.
Tu cabeza, que tristeza:
como quieres que sepa dónde está.
Tu cintura, que hermosura:
todo el día me paso en ella.
Tu cabeza, que tristeza:
cómo quieres que sepa cuándo te hace falta más.
Me abrirás con tu luz:
duermo todas las noches dentro de un baúl,
y te irás, y esta vez
romperé mis poemas; quizás pensaré:
Tu mirada, que chorrada:
cómo quieres que cuente estrellas,
si hace tiempo, me lo invento:
soy el amo del firmamento,
metido en mi disfraz de hombre normal.
Jij zult breken
Jij zult breken met je stem
honderd stiltes die in elke hoek wonen.
En in één klap vergeten
al de tijd dat ik wachtte op jouw liefde.
Ik zal van kleur veranderen:
ik ga de maan en de zon groen verven,
en uiteindelijk, wie ben ik?:
kijken of ik het leer, en het beter lukt.
Je taille, wat een schoonheid:
ik breng de hele dag daar door.
Je hoofd, wat een verdriet:
hoe wil je dat ik weet waar het is?
Je taille, wat een schoonheid:
ik breng de hele dag daar door.
Je hoofd, wat een verdriet:
hoe wil je dat ik weet wanneer je meer nodig hebt?
Je zult me openen met je licht:
ik slaap elke nacht in een kist,
en je zult gaan, en deze keer
zal ik mijn gedichten breken; misschien denk ik:
Je blik, wat een onzin:
how wil je dat ik sterren tel,
als ik het al een tijd verzin:
ik ben de heerser van de hemel,
gestoken in mijn kostuum van een normale man.