395px

Voorbij het Vlies

Fall of Efrafa

Beyond The Veil

In our haste we crowned a king
In our haste we bore his sin
In our haste we saw him god
In our haste; born again

Not in life but words of fiction
Another fable carved in stone
His crucifix a graven image
Impotent faith, to die alone

A bastard son of a bastard god
Stolen saviors of ancient tome
Misshapen idols in manmade temples
A bloodied hand across our mouths

Man the martyr; self appointed king
Lied in blood this selfish sin
Cast aside our sanity
The trinity of filth and lies

His majestic pestilent form
A rotted visage of our vanity

A cross a star a glyph
Burnt into our flesh
From our untimely birth
Cast upon us until death
And so we stand, ever waiting the end
Eyes skyward, ever waiting the end
Vacuous words read by naïve eyes
Coaxed out of pages, best forgotten
Cast a trillion shadows in their wake
Lay waste to all that we know

Bloated apes feign ignorance
Cloth to hide our guilt the stems
Our murderous nature in pastel rouge
This morality we attempt to fain

Man built God creates the veil
It hangs before us all and waits
Those who choose its warm caress
Dignify this empty fate

Angelic mythos cracked in the kiln
Shards embedded in the mouths of liars
Charged nature as unfit
Disfigured the sanctity of love
Tore down all that is good, all that is whole

Voorbij het Vlies

In onze haast kroonden we een koning
In onze haast droegen we zijn zonden
In onze haast zagen we hem als god
In onze haast; opnieuw geboren

Niet in het leven maar in fictieve woorden
Een andere fabel in steen gekerfd
Zijn kruisbeeld een gegraveerd beeld
Impotente geloof, om alleen te sterven

Een bastaardzoon van een bastaardgod
Gestolen redder uit een oud boek
Misvormde afgoden in door mensen gemaakte tempels
Een bloedige hand over onze monden

De man als martelaar; zelfbenoemde koning
Liegend in bloed, deze egoïstische zonde
Zij aan de kant onze gezond verstand
De drie-eenheid van vuil en leugens

Zijn majestueuze pestilente vorm
Een verrotte gelaatsuitdrukking van onze ijdelheid

Een kruis een ster een symbool
Verbrand in onze huid
Van onze voortijdige geboorte
Op ons geworpen tot de dood
En zo staan we, altijd wachtend op het einde
Ogen omhoog, altijd wachtend op het einde
Lege woorden gelezen door naïeve ogen
Uit pagina's gehaald, beter vergeten
Werpen een triljoen schaduwen in hun kielzog
Vernietigen alles wat we weten

Opgeblazen apen doen alsof ze het niet weten
Stof om onze schuld te verbergen
Onze moordzuchtige natuur in pastelrood
Deze moraliteit die we proberen te veinzen

De mens bouwde God, creëert het vlies
Het hangt voor ons allemaal en wacht
Degenen die kiezen voor zijn warme omhelzing
Eren dit lege lot

Engelachtige mythes gebroken in de oven
Scherven ingebed in de monden van leugenaars
Aangeklaagde natuur als ongeschikt
Vervormde de heiligheid van liefde
Sloopte alles wat goed is, alles wat heel is