Canzone Quasi D'Amore
Non starò più a cercare parole che non trovo
per dirti cose vecchie con il vestito nuovo,
per raccontarti il vuoto che, al solito, ho di dentro
e partorire il topo vivendo sui ricordi, giocando coi miei giorni, col tempo...
O forse vuoi che dica che ho i capelli più corti
o che per le mie navi son quasi chiusi i porti;
io parlo sempre tanto, ma non ho ancora fedi,
non voglio menar vanto di me o della mia vita costretta come dita dei piedi...
Queste cose le sai perchè siam tutti uguali
e moriamo ogni giorno dei medesimi mali,
perchè siam tutti soli ed è nostro destino
tentare goffi voli d' azione o di parola,
volando come vola il tacchino...
Non posso farci niente e tu puoi fare meno,
sono vecchio d' orgoglio, mi commuove il tuo seno
e di questa parola io quasi mi vergogno,
ma c'è una vita sola, non ne sprechiamo niente in tributi alla gente o al sogno...
Le sere sono uguali, ma ogni sera è diversa
e quasi non ti accorgi dell' energia dispersa
a ricercare i visi che ti han dimenticato
vestendo abiti lisi, buoni ad ogni evenienza, inseguendo la scienza o il peccato...
Tutto questo lo sai e sai dove comincia
la grazia o il tedio a morte del vivere in provincia
perchè siam tutti uguali, siamo cattivi e buoni
e abbiam gli stessi mali, siamo vigliacchi e fieri,
saggi, falsi, sinceri... coglioni!
Ma dove te ne andrai? Ma dove sei già andata?
Ti dono, se vorrai, questa noia già usata:
tienila in mia memoria, ma non è un capitale,
ti accorgerai da sola, nemmeno dopo tanto, che la noia di un altro non vale...
D' altra parte, lo vedi, scrivo ancora canzoni
e pago la mia casa, pago le mie illusioni,
fingo d' aver capito che vivere è incontrarsi,
aver sonno, appetito, far dei figli, mangiare,
bere, leggere, amare... grattarsi!
Bijna Een Liefdeslied
Ik zal niet langer zoeken naar woorden die ik niet vind
om je oude dingen te vertellen in een nieuw jasje,
om je de leegte te beschrijven die ik, zoals altijd, van binnen heb
en een muis te baren terwijl ik leef van herinneringen, spelend met mijn dagen, met de tijd...
Of misschien wil je dat ik zeg dat ik korter haar heb
of dat voor mijn schepen de havens bijna gesloten zijn;
ik praat altijd veel, maar ik heb nog geen ringen,
ik wil niet opscheppen over mezelf of mijn leven, dat gevangen is als tenen...
Deze dingen weet je omdat we allemaal gelijk zijn
en elke dag sterven we aan dezelfde kwalen,
want we zijn allemaal alleen en het is ons lot
domme sprongetjes te maken van actie of van woorden,
vliegend zoals een kalkoen vliegt...
Ik kan er niets aan doen en jij kunt minder doen,
ik ben oud van trots, jouw borsten ontroeren me
en van dit woord schaam ik me bijna,
maar er is maar één leven, laten we niets verspillen aan eerbetonen aan mensen of aan dromen...
De avonden zijn gelijk, maar elke avond is anders
en je merkt bijna niet de energie die verloren gaat
door gezichten te zoeken die je vergeten zijn
die versleten kleren dragen, goed voor elke gelegenheid, de wetenschap of de zonde achterna...
Dit weet je allemaal en je weet waar het begint
de genade of de doodsaaie sleur van het leven in de provincie
want we zijn allemaal gelijk, we zijn slecht en goed
en we hebben dezelfde kwalen, we zijn lafaards en trots,
wijs, vals, oprecht... idioten!
Maar waar ga je heen? Maar waar ben je al heen gegaan?
Ik geef je, als je wilt, deze al gebruikte verveling:
houd het in mijn herinnering, maar het is geen kapitaal,
je zult zelf merken, zelfs na zo lang, dat de verveling van een ander niet waard is...
Aan de andere kant, zie je, ik schrijf nog steeds liedjes
en ik betaal mijn huis, ik betaal mijn illusies,
ik doe alsof ik begrijp dat leven ontmoeten is,
duf zijn, honger hebben, kinderen maken,
eten, drinken, liefhebben... krabben!