El Comal y la Olla
El Comal le dijo a la Olla:
"Oye Olla, oye, oye!
si te has creido que yo soy recargadera
búscate a otro que te apoye.
Y la Olla se volvió hacia el primero:
¡Peladote, majadero!
es que estoy en el hervor de los frijoles
y ni ánimas que deje para asté todo el brasero".
El Comal a la Olla le dijo:
¡Cuando cruja, no arrempuje!
Con sus tiznes me ha estropeado ya de fijo
la elegancia que yo truje.
Y la Olla por poquito se desmaya:
¡Presumido! vaya, vaya;
lo trajeron de la plaza percudido
y ni ánimas que diga que es galán de la pantalla.
El Comal le dijo a la Olla:
¡No se arrime, fuchi, fuchi!
Se lo he dicho a mañana, tarde y noche
y no hay modo que me escuche.
Más la otra replicó metiendo bulla:
¡Ay rascuache, no me julla!
si lo agarro lo convierto en tepalcates
y ni ánimas que grite pa'que venga la patrulla.
El Comal miró a su pareja:
¿Que dijites? Ya estás vieja!
Si no puedes con la sopa de quelites
mucho menos con lentejas!
Y la Olla contestó como las bravas:
"Mire joven, puras habas!
hace un siglo que te hizo el alfarero
y ni ánimas que ocultes los cien años que te tragas.
De Koekenpan en de Pan
De Koekenpan zei tegen de Pan:
"Hé Pan, hé, hé!
Als je denkt dat ik je steunpilaar ben,
zoek dan maar iemand anders die je helpt.
En de Pan draaide zich naar de eerste:
"Wat een onbenul, wat een idioot!
Ik ben bezig met het koken van de bonen
en ik laat geen zielen over voor jou en je vuurplaats."
De Koekenpan zei tegen de Pan:
"Als het knettert, niet duwen!"
Met je roet heb je me al helemaal verpest
met de elegantie die ik had.
En de Pan viel bijna flauw:
"Wat een opschepper! Kijk eens aan;
je werd van de markt teruggebracht, vies en vuil
en je doet alsof je een ster bent op het scherm.
De Koekenpan zei tegen de Pan:
"Kom niet te dichtbij, bah, bah!"
Ik heb het je al gezegd, ochtend, middag en avond
maar je wilt gewoon niet luisteren.
Maar de ander antwoordde met veel lawaai:
"Hé, wat een onbenul, zeur niet!"
Als ik je te pakken krijg, maak ik je tot scherven
en zelfs geen zielen die roepen voor de politie.
De Koekenpan keek naar zijn partner:
"Wat zei je? Je bent al oud!"
Als je de soep van quelites niet aankunt,
kun je al helemaal geen linzen aan!"
En de Pan antwoordde als een woeste:
"Kijk jongeman, alleen maar bonen!
Het is een eeuw geleden dat de pottenbakker je maakte
en zelfs geen zielen die verbergen dat je al honderd jaar oud bent."