395px

De Andere Oever

Frank Delgado

La Otra Orilla

Yo siempre escuché hablar de la otra orilla
Envuelta en una nube de misterio.
Allí mis tíos eran en colores,
Aquí sencillamente en blanco y negro.

Había que hablar de ellos en voz baja
A veces con un tono de desprecio.
Y en la escuela aprendí que eran gusanos
Que habían abandonado a su pueblo.

Bailando con celia cruz, oyendo a willy chirino,
Venerando al mismo santo y con el mismo padrino.
Allá por la sabuesera, calle 8, jallaldía,
Anda la media familia que vive allá en la otra orilla.

Un día tío volvió de la otra orilla
Cargando con su espíritu gregario
Y ya no le dijeron más gusano
Porque empezó a ser un comunitario.

Y al fin llegó el fatídico año 80
Y mi familia fue disminuyendo
Como años antes pasó en camarioca
El puerto del mariel los fue engullendo.

Aún continúa el flujo a la otra orilla
En vuelos regulares y balseros
Y sé que volverán sin amnistía
Porque necesitamos su dinero (o su consuelo, yo no sé).

Se hospedarán en hoteles lujosos
Y pagarán con su moneda fuerte
Y aquellos que les gritamos escorias (como yo)
Tendremos que tragarnos el nombrete (no digo yo).

Bailando con los van van, oyendo a silvio y pablito,
Haciendo cola pa'l pan, o compartiendo traguito.
La dignidad y la distancia son más de noventa millas.
Yo decidí a cuenta y riesgo quedarme aquí en esta orilla.

Bailando con celia cruz, oyendo a silvio y pablito.

No le digan más escoria, que esos son los marielitos.

En mezcla tan informal, merengue con platanito.

Puede que el pan se demore, aguanta hermano un poquito.

Por mucha escasez que haya, yo te brindaré un traguito.

Esa emisora mi hermano, ponla un poco más bajito.

Dice que vienen llegando, cuidado con tu optimismo.

De Andere Oever

Ik heb altijd gehoord over de andere oever
Omhuld in een wolk van mysterie.
Daar waren mijn ooms in kleur,
Hier simpelweg in zwart-wit.

Je moest zachtjes over hen praten
Soms met een toon van minachting.
En op school leerde ik dat ze wormen waren
Die hun dorp hadden verlaten.

Dansend met Celia Cruz, luisterend naar Willy Chirino,
Eren we dezelfde heilige en met dezelfde peetoom.
Daar in de sabuesera, straat 8, jallaldía,
Wandelt de helft van de familie die daar op de andere oever woont.

Op een dag kwam oom terug van de andere oever
Met zijn sociale geest in zijn bagage.
En ze noemden hem niet meer worm
Omdat hij begon te zijn een gemeenschapspersoon.

En eindelijk kwam het fatale jaar '80
En mijn familie werd kleiner.
Zoals jaren eerder in Camarioca
Verslond de haven van Mariel hen.

De stroom naar de andere oever gaat nog steeds door
In reguliere vluchten en met vlotten.
En ik weet dat ze terug zullen komen zonder amnestie
Omdat we hun geld nodig hebben (of hun troost, ik weet het niet).

Ze zullen verblijven in luxe hotels
En betalen met hun sterke valuta.
En degenen die hen scholden voor uitschot (zoals ik)
Zullen de naam moeten slikken (dat zeg ik niet).

Dansend met de Van Van, luisterend naar Silvio en Pablito,
In de rij voor brood, of een drankje delen.
De waardigheid en de afstand zijn meer dan negentig mijl.
Ik besloot op eigen risico hier aan deze oever te blijven.

Dansend met Celia Cruz, luisterend naar Silvio en Pablito.

Zeg niet meer uitschot, want dat zijn de Marielitos.

In zo'n informele mix, merengue met platanito.

Misschien duurt het even voor het brood er is, houd vol broeder, nog even.

Hoeveel schaarste er ook is, ik bied je een drankje aan.

Die zender, mijn broeder, zet hem iets zachter.

Zegt dat ze aankomen, pas op met je optimisme.

Escrita por: