Wither
Over where the trees burn down
The place where the fields went down in flames
We could put a hole in the ground
Throw seeds and dance for rain
It takes a mind to worry
A conscience to feel ashamed
But there's no place to hide out here
These skies are filled with planes
And both our hands are filthy
Pointing up at the moon
And tonight I'll hold you close, close enough to bruise
Hope a garden grows where we dance this afternoon
Hope our children walk by spring when flowers bloom
Hope they'll get to see my color
Know that I've enjoyed sunshine
Pray they'll get to see me, me wither
See me wither
Know that (me) I've enjoyed the sunshine
When I was young, know it happens all— (me)
Know that I've enjoyed the sunshine— (me)
Know it happens all (me) —all the time (me)
Know it happens all (me) —all the time (me)
When I was young (me, me)
Vergaan
Over waar de bomen branden
De plek waar de velden in vlammen opgingen
We kunnen een gat in de grond maken
Zaden gooien en dansen voor regen
Het kost een geest om te piekeren
Een geweten om je te schamen
Maar er is hier geen plek om te schuilen
Deze luchten zijn vol met vliegtuigen
En onze handen zijn vies
Wijzend naar de maan
En vanavond houd ik je dicht, dicht genoeg om blauwe plekken te krijgen
Hoop dat er een tuin groeit waar we deze middag dansen
Hoop dat onze kinderen in de lente lopen als de bloemen bloeien
Hoop dat ze mijn kleur zien
Weten dat ik van de zon heb genoten
Bid dat ze me zien, mij vergaan
Mij zien vergaan
Weet dat (ik) van de zon heb genoten
Toen ik jong was, weet dat het altijd gebeurt— (ik)
Weet dat ik van de zon heb genoten— (ik)
Weet dat het altijd gebeurt (ik) —de hele tijd (ik)
Weet dat het altijd gebeurt (ik) —de hele tijd (ik)
Toen ik jong was (ik, ik)