I borghesi
Quand'ero piccolo non stavo mica bene
ero anche magrolino, avevo qualche allucinazione
e quando andavo a cena, nel tinello con il tavolo di noce
ci sedevamo tutti e facevamo il segno della croce.
[Parlato] Dopo un po' che li guardavo mi si trasformavano: i gesti preparati, degli attori, attori consumati che dicono la battuta e ascoltano l'effetto. Ed io ero lì come una comparsa, vivevo la commedia, anzi no la farsa, e chissà perché durante questa allucinazione mi veniva sempre in mente una stranissima canzone:
I borghesi son tutti dei porci
più sono grassi più sono lerci
più son lerci e più c'hanno i milioni
i borghesi son tutti…
Quand'ero piccolo non stavo mica bene
ero anche molto magro, avevo sempre qualche allucinazione
e quando andavo a scuola mi ricordo di quel vecchio professore
bravissima persona che parlava in latino ore e ore.
[Parlato] Dopo un po' che lo guardavo mi si trasformava, sì, la bocca si chiudeva stretta, lo sguardo si bloccava, il colore scompariva, fermo, immobile, di pietra, sì, tutto di pietra, e io vedevo già il suo busto davanti a un'aiuola con su scritto: "Professor Malipiero - una vita per la scuola", e chissà perché anche durante questa allucinazione mi veniva sempre in mente una stranissima canzone:
I borghesi son tutti dei porci
più sono grassi più sono lerci
più son lerci e più c'hanno i milioni
i borghesi son tutti…
Adesso che son grande ringrazio il Signore
mi è passato ogni disturbo senza bisogno neanche del dottore
non sono più ammalato, non capisco cosa mi abbia fatto bene
sono anche un po' ingrassato, non ho più avuto neanche un'allucinazione.
[Parlato] Mio figlio, mio figlio mi preoccupa un po', è così magro, e poi ha sempre delle strani allucinazioni, ogni tanto viene lì, mi guarda e canta, canta un canzone stranissima che io non ho mai sentito:
I borghesi son tutti dei porci
più sono grassi e più sono lerci
più son lerci e più c'hanno i milioni
i borghesi son tutti…
mah!
De Burgers
Toen ik klein was, voelde ik me niet goed
ik was ook mager, had soms hallucinaties
en als we gingen dineren, in de kamer met de notenhouten tafel
zaten we allemaal en maakten het kruisje.
[Gesproken] Na een tijdje dat ik naar ze keek, veranderden ze voor mij: de voorbereide gebaren, van acteurs, doorgewinterde acteurs die hun tekst zeggen en naar het effect luisteren. En ik was daar als een figurant, leefde de komedie, nee, de farce, en wie weet waarom tijdens deze hallucinatie kwam er altijd een vreemde liedje in me op:
De burgers zijn allemaal varkens
hoe dikker ze zijn, hoe viezer ze zijn
hoe viezer ze zijn, hoe meer miljoenen ze hebben
de burgers zijn allemaal...
Toen ik klein was, voelde ik me niet goed
ik was ook heel mager, had altijd wel hallucinaties
en als ik naar school ging, herinner ik me die oude professor
een geweldige man die urenlang Latijn sprak.
[Gesproken] Na een tijdje dat ik naar hem keek, veranderde hij voor mij, ja, zijn mond ging strak dicht, zijn blik verstarde, de kleur verdween, stil, onbeweeglijk, als steen, ja, alles als steen, en ik zag al zijn borstbeeld voor een perk met daarop geschreven: "Professor Malipiero - een leven voor de school", en wie weet waarom ook tijdens deze hallucinatie kwam er altijd een vreemde liedje in me op:
De burgers zijn allemaal varkens
hoe dikker ze zijn, hoe viezer ze zijn
hoe viezer ze zijn, hoe meer miljoenen ze hebben
de burgers zijn allemaal...
Nu ik groot ben, dank ik de Heer
al mijn kwalen zijn verdwenen zonder zelfs de dokter
ik ben niet meer ziek, ik begrijp niet wat me goed heeft gedaan
ik ben ook een beetje aangekomen, heb zelfs geen hallucinatie meer gehad.
[Gesproken] Mijn zoon, mijn zoon maakt me een beetje bezorgd, hij is zo mager, en hij heeft altijd vreemde hallucinaties, af en toe komt hij daar, kijkt me aan en zingt, zingt een vreemd liedje dat ik nog nooit heb gehoord:
De burgers zijn allemaal varkens
hoe dikker ze zijn, hoe viezer ze zijn
hoe viezer ze zijn, hoe meer miljoenen ze hebben
de burgers zijn allemaal...
ach!