395px

Het Lied van de Mummers

Great Big Sea

The Mummer's Song

Hark, what's that noise, out by the porch door?
Dear Granny, there's mummers, there's twenty or more.
Her old weathered face lightens up with a grin.
"Any mummers, nice mummers 'lowed in?"

Ah, come in lovely mummers, don't bother the snow,
We'll wipe up the water sure after you go.
And sit if yu can upon some mummers knee,
We'll see if we knows who ya be.

Ah, there's big ones and small ones, tall ones and thin,
There's boys dressed as women and girls dressed as men.
With humps on their backs and mitts on their feet,
My blessed we'll die with the heat.

Ah, but that one's a stranger, if ever was one,
With his underware stuffed and his trapdoor undone.
Is he wearing his mother's big fourty-two bra?
I knows but I'm not gonna say.

Oh, I suppose you fine mummers would turn down a drop,
Of home brew or alky, whatever you got.
Sure the one with his rubber boots on the wrong feet,
needs enough for to do him all week.

"Well I suppose you can dance?" Yah, they all nod their heads.
They've been tapping their feet ever since they came in.
And now that the drinks have been all passed around,
Sure the mummers are plankin' 'er down.

Ah, be careful the lamp, now hold on to the stove.
Don't you swing Granny hard, 'cause you know that she's old.
And never you mind how you buckles the floor,
'Cause the mummers have danced here before.

Oh my God, how hot is it? We'll never know.
Allow that we'll all get the devil's own cold.
Good night and good Christmas, mummers me dear,
Please God, we will see you next year.

Good night and good Christmas, mummers me dear,
Please God we will see you next year.

Please God we will see you next year.

Het Lied van de Mummers

Hoor, wat is dat voor geluid, bij de voordeur?
Lieve Oma, er zijn mummers, twintig of meer.
Haar oude, verweerde gezicht licht op met een glimlach.
"Zijn er mummers, mooie mummers, welkom hier?"

Ah, kom binnen, mooie mummers, laat de sneeuw met rust,
We vegen het water wel op als jullie weer zijn vertrokken.
En ga zitten als je kunt op een mummers knie,
We zullen zien of we weten wie je bent.

Ah, er zijn grote en kleine, lange en dunne,
Jongens verkleed als vrouwen en meisjes als mannen.
Met bulten op hun rug en wanten aan hun voeten,
Mijn zegen, we sterven van de hitte.

Ah, maar die daar is een vreemde, als er ooit een was,
Met zijn ondergoed volgestopt en zijn valdeur open.
Draagt hij de grote bh van zijn moeder, maat 42?
Ik weet het, maar ik ga het niet zeggen.

Oh, ik neem aan dat jullie fijne mummers geen drankje afslaan,
Van zelfgebrouwen of sterke drank, wat je ook hebt.
Zeker degene met zijn rubberen laarzen aan de verkeerde voeten,
Heeft genoeg nodig om hem de hele week door te helpen.

"Nou, ik neem aan dat jullie kunnen dansen?" Ja, ze knikken allemaal.
Ze hebben al getikt met hun voeten sinds ze binnenkwamen.
En nu de drankjes zijn rondgedeeld,
Zeker de mummers zijn aan het plankendansen.

Ah, wees voorzichtig met de lamp, houd je vast aan de kachel.
Zwaai Oma niet te hard, want je weet dat ze oud is.
En maak je geen zorgen over hoe je de vloer belast,
Want de mummers hebben hier eerder gedanst.

Oh mijn God, hoe heet is het? We zullen het nooit weten.
Laten we hopen dat we allemaal de duivel's eigen kou krijgen.
Goedenacht en fijne Kerst, mummers, mijn lief,
Als het God belieft, zien we jullie volgend jaar weer.

Goedenacht en fijne Kerst, mummers, mijn lief,
Als het God belieft, zien we jullie volgend jaar weer.

Als het God belieft, zien we jullie volgend jaar weer.

Escrita por: