395px

Donde vivo

Boudewijn De Groot

Waar ik woon

Ik sloeg de voordeur van het huisje
In het straatje achter me dicht
Ik verlangde naar de wijdsheid
Had heimwee naar een vergezicht
Ik baande me een weg door straten
Vol met landgenoten in wankel evenwicht

Al gauw lag alles achter me
De buitenwijken, niemandsland
Een groenstrook vormde de natuur
Verraadde nog de mensenhand
Nog steeds bewoonde wereld
Maar ik was aardig opgeschoten

Het asfalt werd al zand

Tenslotte lag het voor me, het vergezicht
Een veelbelovend niets
Waarin alles kon gebeuren
En inderdaad, er was al iets
Waar ben ik? vroeg ik aan de mensen eromheen
Men zei in koor: de Piramide van Austerlitz

Ik voelde me ver van huis
Bij het horen van die woorden
Maar de mensen zeiden

Tien kilometer van hier
Ligt het Venetie van het noorden
Ik besloot om terug te gaan
Meneer, u moet rechtdoor
Was het laatste wat ik hoorde

Ik verdwaalde in een bos
Het was veertig jaar geleden aangeplant
Op het eerste gezicht een jungle
Maar overal de sporen
Van de godvergeten mensenhand
Toen kwam ik aan een heuvel
Waarvan het duidelijk was

Dit was Klein Zwitserland

Eenmaal daar voorbij
Zonken mijn voeten weg
In het mulle zand van een woestijn
En dorstig dacht ik
Dan zou dit de Sahara moeten zijn
Maar ik wist: dit is een zandverstuiving
En meer kon het niet zijn
Wat is de wereld klein
Wat is de wereld klein
Wat is de wereld klein

Midden in het vlakke land
Stond in de verte een cafe
Moe en verblind door het stuivende zand

Hoorde ik flarden: Yesterday
Binnen stond een jukebox
En een asbak vol met peuken
En ik zong luidkeels mee
All my troubles seem so far away
Je t'aime, moi non plus
Die gitarren und das Meer

Als ik het zand uit mijn ogen wrijf
En om een Coca Cola roep
Komt uit de keuken
Een vage geur van erwtensoep

Donde vivo

Cerré de un portazo la puerta de la casita
En la calle detrás de mí
Anhelaba la amplitud
Tenía nostalgia de un panorama
Me abrí paso por calles
Llenas de compatriotas en un equilibrio precario

Pronto todo quedó atrás
Las afueras, tierra de nadie
Una franja verde formaba la naturaleza
Aún traicionada por la mano humana
Todavía habitaba el mundo
Pero yo había avanzado bastante

El asfalto se convirtió en arena

Finalmente lo tuve ante mí, el panorama
Un prometedor vacío
Donde todo podía suceder
Y de hecho, ya había algo
¿Dónde estoy? pregunté a la gente alrededor
Respondieron al unísono: la Pirámide de Austerlitz

Me sentí lejos de casa
Al escuchar esas palabras
Pero la gente dijo

A diez kilómetros de aquí
Se encuentra la Venecia del norte
Decidí regresar
Señor, siga recto
Fue lo último que escuché

Me perdí en un bosque
Plantado hace cuarenta años
A simple vista una jungla
Pero por todas partes las huellas
De la mano maldita de los hombres
Llegué a una colina
Y estaba claro

Esto era la Pequeña Suiza

Una vez pasado allí
Mis pies se hundieron
En la arena suelta de un desierto
Y sediento pensé
Entonces esto debería ser el Sahara
Pero sabía: esto es una duna
Y no podía ser más
Qué pequeño es el mundo
Qué pequeño es el mundo
Qué pequeño es el mundo

En medio de la llanura
Se alzaba a lo lejos un café
Cansado y cegado por la arena que volaba
Escuché fragmentos: Yesterday
Dentro había una rockola
Y un cenicero lleno de colillas
Y canté a todo pulmón
Todos mis problemas parecen tan lejanos
Te amo, yo tampoco
Esas guitarras y el mar

Cuando me froto los ojos para sacar la arena
Y pido una Coca Cola
De la cocina llega
Un vago olor a sopa de guisantes

Escrita por: