História do Capuchinho Rodrigues Monteiro
Na sexta-feira 13 de janeiro
O capuchinho rodrigues monteiro
Vai à casinha da sua avozinha
Com leite e mel dentro da cestinha!
Chega à floresta, apanha uma flor
Fuma um cigarro e liga o transístor
Ouve os rugidos do noticiário
E vê que o mundo está todo ao contrário!
Leva o almoço à avozinha Maria
Que mora longe dali
A velha teve uma paralisia
Vai pô-la a fazer xixi
A mãe disse ao jovem, antes de partir
Meu capuchinho, tu tens de lá ir
Mas tem cuidado, não subas a voz
Que anda nos bosques a loba feroz
Vai pela sombra da banda de cá
E não te aventures pelos maus caminhos
Olha que a loba é má, muito má
É uma bicha que come os meninos
Leva o almoço à avozinha Maria
Que mora longe dali
A velha teve uma paralisia
Vai pô-la a fazer xixi
O capuchinho desobedeceu
Todo traquinas pelos bosques se meteu
Armou aos cucos, correu veloz
E deu de trombas co'a loba feroz
A loba disse: Capuchinho rapagão ai que emoção
Aonde vais com o cabazinho na mão todo gentil
Ai, fica aqui que eu estou louca, louca, louca de paixão
Vamos os dois fazer a lua-de-mel p'ró meu covil, p'ró meu covil
Ai capuchinho que destino atroz
Casou há dias com a loba feroz
Por causa disso ficou a avozinha
Sem a merenda e toda mijadinha
Leva o almoço à avozinha Maria
Que mora longe dali
A velha teve uma paralisia
Vai pô-la a fazer xixi
Het Verhaal van Kapuchijn Rodrigues Monteiro
Op vrijdag de 13e januari
Gaat Kapuchijn Rodrigues Monteiro
Naar de huisje van zijn grootmoeder
Met melk en honing in het mandje!
Hij komt aan in het bos, plukt een bloem
Rookt een sigaret en zet de radio aan
Hoort het gebrul van het nieuws
En ziet dat de wereld helemaal verkeerd is!
Hij brengt de lunch naar grootmoeder Maria
Die ver weg woont
De oude vrouw heeft een beroerte gehad
Hij gaat haar helpen met plassen
De moeder zei tegen de jongen, voordat hij vertrok
Mijn Kapuchijn, je moet daarheen gaan
Maar wees voorzichtig, spreek niet te hard
Want er is een woeste wolf in het bos
Ga door de schaduw hier dichtbij
En waag je niet op de slechte paden
Pas op, de wolf is slecht, heel slecht
Het is een beest dat jongens opeet
Hij brengt de lunch naar grootmoeder Maria
Die ver weg woont
De oude vrouw heeft een beroerte gehad
Hij gaat haar helpen met plassen
Kapuchijn was ongehoorzaam
Vol met streken dook hij de bossen in
Hij maakte gekke sprongen, rende snel
En botste recht op de woeste wolf
De wolf zei: Kapuchijn, knappe jongen, oh wat een emotie
Waar ga je met dat mandje in je hand zo vriendelijk?
Oh, blijf hier, want ik ben helemaal gek, gek, gek van de passie
Laten we samen op huwelijksreis gaan, naar mijn hol, naar mijn hol
Oh Kapuchijn, wat een vreselijk lot
Hij is kortgeleden getrouwd met de woeste wolf
Daarom heeft grootmoeder
Geen eten meer en is helemaal doorweekt
Hij brengt de lunch naar grootmoeder Maria
Die ver weg woont
De oude vrouw heeft een beroerte gehad
Hij gaat haar helpen met plassen.