Trenzas
Trenzas,
seda dulce de tus trenzas,
luna en sombra de tu piel
y de tu ausencia.
Trenzas que me ataron en el yugo de tu amor,
yugo casi de blando de tu risa de tu voz...
Fina
caridad de mi rutina,
me encontré tu corazón
en una esquina...
Trenzas de color de mate amargo
que endulzaron mi letargo gris.
¿Adónde fue tu amor de flor silvestre?
¿Adónde, adónde fue después de amarte?
Tal vez mi corazón tenía que perderte
y así mi soledad se agranda por buscarte.
¡Y estoy llorando así
cansado de llorar,
trenzado a tu vivir
con trenzas de ansiedad... sin ti!
¡Por qué tendré que amar
y al fin partir!
Pena,
vieja angustia de mi pena,
frase trunca de tu voz
que me encadena...
Pena que me llena de palabras sin rencor,
llama que te llama con la llama del amor.
Trenzas,
seda dulce de tus trenzas,
luna en sombra de tu piel
y de tu ausencia,
trenzas,
nudo atroz de cuero crudo
que me ataron a tu mudo adiós...
Vlechten
Vlechten,
suikerzijde van jouw vlechten,
maan in schaduw van jouw huid
en van jouw afwezigheid.
Vlechten die me bonden in het juk van jouw liefde,
juk bijna zacht van jouw lach, van jouw stem...
Fijne
liefde van mijn routine,
ik vond jouw hart
op een hoekje...
Vlechten van de kleur van bittere mate
die mijn grijze lethargie verzoet.
Waar is jouw liefde van wilde bloemen heen?
Waar, waar is het na het houden van jou?
Misschien moest mijn hart jou verliezen
en zo groeit mijn eenzaamheid door jou te zoeken.
En ik huil zo
moe van het huilen,
bondig aan jouw leven
met vlechten van angst... zonder jou!
Waarom moet ik liefhebben
en uiteindelijk vertrekken!
Verdriet,
oude angst van mijn verdriet,
gebroken zin van jouw stem
die me ketent...
Verdriet dat me vult met woorden zonder wrok,
vuur dat jou roept met de vlam van de liefde.
Vlechten,
suikerzijde van jouw vlechten,
maan in schaduw van jouw huid
en van jouw afwezigheid,
vlechten,
verschrikkelijke knoop van ruw leer
die me bonden aan jouw stille afscheid...