395px

Daarna

Homero Manzi

Después

Después ...
La luna en sangre y tu emoción,
y el anticipo del final
en un oscuro nubarrón.
Luego ...
irremediablemente,
tus ojos tan ausentes
llorando sin dolor.
Y después...
La noche enorme en el cristal,
y tu fatiga de vivir
y mi deseo de luchar.
Luego ...
tu piel como de nieve,
y en una ausencia leve
tu pálido final.

Todo retorna del recuerdo:
tu pena y tu silencio,
tu angustia y tu misterio.
Todo se abisma en el pasado:
tu nombre repetido ...
tu duda y tu cansancio.
Sombra más fuerte que la muerte,
grito perdido en el olvido,
paso que vuelve del fracaso
canción hecha pedazos
que aún es canción.

Después ...
vendrá el olvido o no vendrá
y mentiré para reír
y mentiré para llorar.
Torpe
fantasma del pasado
bailando en el tinglado
tal vez para olvidar.
Y después,
en el silencio de tu voz,
se hará un dolor de soledad
y gritaré para vivir...
como si huyera del recuerdo
en arrepentimiento
para poder morir.

Daarna

Daarna ...
De maan in bloed en jouw emotie,
en de voorbode van het einde
in een donkere wolk.
Vervolgens ...
onvermijdelijk,
jouw ogen zo afwezig
huilend zonder pijn.
En daarna...
De enorme nacht in het glas,
en jouw vermoeidheid van het leven
en mijn verlangen om te vechten.
Vervolgens ...
jouw huid als sneeuw,
en in een lichte afwezigheid
ejouw bleke einde.

Alles keert terug uit de herinnering:
jouw verdriet en jouw stilte,
jouw angst en jouw mysterie.
Alles zinkt weg in het verleden:
jouw naam herhaald ...
jouw twijfel en jouw vermoeidheid.
Schaduw sterker dan de dood,
geschreeuw verloren in de vergetelheid,
stap die terugkomt van de mislukking
lied gemaakt van scherven
wat nog steeds een lied is.

Daarna ...
komen de vergetelheid of niet
en ik zal liegen om te lachen
en ik zal liegen om te huilen.
Onhandig
spook uit het verleden
danst op het podium
dat misschien om te vergeten.
En daarna,
in de stilte van jouw stem,
zult er een pijn van eenzaamheid ontstaan
en ik zal schreeuwen om te leven...
alsof ik vlucht voor de herinnering
in spijt
om te kunnen sterven.

Escrita por: Homero Manzi, Hugo Gutierréz