395px

Hoeken van de havenstad

Homero Manzi

Esquinas porteñas

Esquina de barrio porteño
te pintan los muros la luna y el sol.
Te lloran las lluvias de invierno
en las acuarelas de mi evocación.
Treinta lunas conocen mi herida
y cien callecitas nos vieron pasar.
Se cruzaron tu vida y mi vida,
tomaste la senda que no vuelve más.

Calles, donde la vida mansa
perdió las esperanzas,
la pasión y la fe.
Calles, si sé que ya está muerta,
golpeando en cada puerta
por qué la buscaré.
Callecitas, sombreadas de poesía,
nos vieron ir un día
felices los dos.
Compañera del sol y las estrellas,
se fue la tarde aquella
camino de Dios.

Los vientos murmuran mi pena.
Las sombras me dicen que ya se marchó.
Y escrito en las noches serenas
encuentro su nombre como una obsesión.
Esquinita de barrio porteño,
con muros pintados de luna y de sol,
que al llorar con tus lluvias de invierno
manchás el paisaje de mi evocación.

Hoeken van de havenstad

Hoek van de havenbuurt
schilderen de muren de maan en de zon.
De winterregens laten je huilen
in de aquarellen van mijn herinnering.
Dertig manen kennen mijn pijn
en honderd straatjes zagen ons voorbijgaan.
Jouw leven en mijn leven kruisten elkaar,
jij nam het pad dat nooit meer terugkomt.

Straten, waar het rustige leven
zijn hoop verloor,
de passie en het geloof.
Straten, als ik weet dat het al dood is,
klop ik op elke deur,
waarom zoek ik het nog?
Straatjes, overschaduwd door poëzie,
zagen ons op een dag gaan,
gelukkig met z'n tweeën.
Metgezel van de zon en de sterren,
deze middag is gegaan,
op weg naar God.

De winden fluisteren mijn verdriet.
De schaduwen zeggen me dat ze al is vertrokken.
En geschreven in de serene nachten
vind ik haar naam als een obsessie.
Hoekje van de havenbuurt,
met muren geschilderd van maan en zon,
als je huilt met je winterregens
vervuil je het landschap van mijn herinnering.

Escrita por: