Fruta amarga
¡Corazón!
En aquella noche larga
maduró la fruta amarga
de esta enorme soledad.
¡Corazón!
¿En las nubes de qué cielo
la tristeza de tu vuelo
sin consuelo vagará?
Bien lo se...
¡Aquel frío alucinante
de un instante, me cegó!
Fue en un viento de locura,
sin ternura, sin perdón.
Fue en el grito enronquecido
de un amor enloquecido
de dolor.
Eras la luz de sol
y la canción feliz
y la llovizna gris
en mi ventana.
Eras remanso fiel
y duende soñador
y jazminero en flor
y eras mañana.
Suave murmullo...
Viento de loma...
Cálido arrullo de la paloma.
Ya no serás jamás aroma de rosal,
frescor de manantial en mi destino.
Sólo serás la voz que me haga recordar
que en un instante atroz te hice llorar.
¡Ya no estás!
Y el recuerdo es un espejo
que refleja desde lejos
tu tristeza y mi maldad.
¡Ya no estas!
Y tu ausencia que se alarga
tiene gusto a fruta amarga,
a castigo y soledad.
¡Corazón!
Una nube puso un velo
sobre el cielo de los dos.
Y una nube solamente
de repente me perdió.
¡Una nube sin sentido,
sin clemencia, sin olvido,
sin perdón!
Bittere vrucht
Hart!
In die lange nacht
rijpte de bittere vrucht
van deze enorme eenzaamheid.
Hart!
In de wolken van welke lucht
zal de droefheid van jouw vlucht
zonder troost rondzwerven?
Ik weet het goed...
Die ijzige hallucinatie
verblindde me in een moment!
Het was in een waanzinnige wind,
zonder tederheid, zonder vergeving.
Het was in de schorre schreeuw
van een gek geworden liefde
van pijn.
Jij was het zonlicht
en het blije lied
en de grijze motregen
bij mijn raam.
Jij was de trouwe haven
en de dromerige elf
en de bloeiende jasmijn
en jij was de morgen.
Zachte murmel...
Wind van de heuvel...
Warme wiegelied van de duif.
Je zult nooit meer de geur zijn van een rozenstruik,
de frisheid van een bron in mijn lot.
Je zult alleen de stem zijn die me doet herinneren
dat ik je in een vreselijk moment deed huilen.
Je bent er niet meer!
En de herinnering is een spiegel
die van veraf reflecteert
de droefheid en mijn slechtheid.
Je bent er niet meer!
En jouw afwezigheid die zich uitstrekt
heeft de smaak van een bittere vrucht,
van straf en eenzaamheid.
Hart!
Een wolk legde een sluier
over de lucht van ons beiden.
En slechts één wolk
verloor me plotseling.
Een zinloze wolk,
zonder genade, zonder vergeten,
zonder vergeving!