395px

Ballade Voor Een Dwaas

Horacio Ferrer

Balada Para Un Loco

Las tardecitas de Buenos Aires tienen ese qué sé yo, ¿viste? Salís de tu casa, por Arenales. Lo de siempre: en la calle y en vos. . . Cuando, de repente, de atrás de un árbol, me aparezco yo. Mezcla rara de penúltimo linyera y de primer polizonte en el viaje a Venus: medio melón en la cabeza, las rayas de la camisa pintadas en la piel, dos medias suelas clavadas en los pies, y una banderita de taxi libre levantada en cada mano. ¡Te reís!... Pero sólo vos me ves: porque los maniquíes me guiñan; los semáforos me dan tres luces celestes, y las naranjas del frutero de la esquina me tiran azahares. ¡Vení!, que así, medio bailando y medio volando, me saco el melón para saludarte, te regalo una banderita, y te digo...

(Cantado)

Ya sé que estoy piantao, piantao, piantao...
No ves que va la luna rodando por Callao;
que un corso de astronautas y niños, con un vals,
me baila alrededor... ¡Bailá! ¡Vení! ¡Volá!

Ya sé que estoy piantao, piantao, piantao...
Yo miro a Buenos Aires del nido de un gorrión;
y a vos te vi tan triste... ¡Vení! ¡Volá! ¡Sentí!...
el loco berretín que tengo para vos:

¡Loco! ¡Loco! ¡Loco!
Cuando anochezca en tu porteña soledad,
por la ribera de tu sábana vendré
con un poema y un trombón
a desvelarte el corazón.

¡Loco! ¡Loco! ¡Loco!
Como un acróbata demente saltaré,
sobre el abismo de tu escote hasta sentir
que enloquecí tu corazón de libertad...
¡Ya vas a ver!

(Recitado)

Salgamos a volar, querida mía;
subite a mi ilusión super-sport,
y vamos a correr por las cornisas
¡con una golondrina en el motor!

De Vieytes nos aplauden: "¡Viva! ¡Viva!",
los locos que inventaron el Amor;
y un ángel y un soldado y una niña
nos dan un valsecito bailador.

Nos sale a saludar la gente linda...
Y loco, pero tuyo, ¡qué sé yo!:
provoco campanarios con la risa,
y al fin, te miro, y canto a media voz:

(Cantado)

Quereme así, piantao, piantao, piantao...
Trepate a esta ternura de locos que hay en mí,
ponete esta peluca de alondras, ¡y volá!
¡Volá conmigo ya! ¡Vení, volá, vení!

Quereme así, piantao, piantao, piantao...
Abrite los amores que vamos a intentar
la mágica locura total de revivir...
¡Vení, volá, vení! ¡Trai-lai-la-larará!

(Gritado)

¡Viva! ¡Viva! ¡Viva!
Loca ella y loco yo...
¡Locos! ¡Locos! ¡Locos!
¡Loca ella y loco yo

Ballade Voor Een Dwaas

De avonden in Buenos Aires hebben dat iets van: weet je wel? Je verlaat je huis, via Arenales. Het is altijd hetzelfde: op straat en in jou... Wanneer, plotseling, achter een boom, duik ik op. Rare mix van de voorlaatste zwerver en de eerste passagier op de reis naar Venus: een halve meloen op mijn hoofd, de strepen van mijn shirt op mijn huid geschilderd, twee halve zolen aan mijn voeten, en een vrij taxi-vlaggetje in elke hand. Je lacht!... Maar alleen jij ziet me: want de etalagepoppen knipogen naar me; de verkeerslichten geven me drie lichtblauwe signalen, en de sinaasappels van de fruitverkoper op de hoek gooien me bloesems toe. Kom!, zo, half dansend en half vliegend, haal ik de meloen af om je te groeten, ik geef je een vlaggetje, en ik zeg...

(Gezongen)

Ik weet dat ik gek ben, gek, gek...
Zie je niet dat de maan over Callao rolt;
dat een optocht van astronauten en kinderen, met een wals,
om me heen danst... Dans! Kom! Vlieg!

Ik weet dat ik gek ben, gek, gek...
Ik kijk naar Buenos Aires vanuit het nest van een mus;
en ik zag je zo verdrietig... Kom! Vlieg! Voel!...
de gekke dwang die ik voor jou heb:

Gek! Gek! Gek!
Wanneer het donker wordt in jouw eenzame haven,
kom ik langs de rand van je dekbed
met een gedicht en een trombone
om je hart wakker te maken.

Gek! Gek! Gek!
Als een dolle acrobaat zal ik springen,
over de afgrond van je decolleté tot ik voel
dat ik je hart van vrijheid gek heb gemaakt...
Je zult het zien!

(Gereciteerd)

Laten we gaan vliegen, mijn lief;
klim in mijn super-sport illusie,
en laten we rennen over de rand
met een zwaluw in de motor!

Van Vieytes applaudisseren ze: "Leve! Leve!",
de gekken die de liefde hebben uitgevonden;
en een engel en een soldaat en een meisje
geven ons een dansbare wals.

De mooie mensen komen ons groeten...
En gek, maar van jou, wat weet ik!:
ik veroorzaak klokken met mijn lach,
en uiteindelijk kijk ik naar je, en zing ik zachtjes:

(Gezongen)

Hou van me zo, gek, gek, gek...
Klim in deze tederheid van gekken die in mij zit,
doe deze pruik van zwaluwen op, en vlieg!
Vlieg met me mee! Kom, vlieg, kom!

Hou van me zo, gek, gek, gek...
Open je liefde, we gaan proberen
de totale magische gekte van herleven...
Kom, vlieg, kom! Trai-lai-la-larará!

(Geschreeuwd)

Leve! Leve! Leve!
Zij gek en ik gek...
Gek! Gek! Gek!
Zij gek en ik gek

Escrita por: Astor Piazzolla, Horacio Ferrer