Soy un circo
(Dicho)
- Damas y caballeros... ¡Música, maestro!
Soy un payaso que no pintó Picasso
y Sarrasani y el Gran Thiany ¡jamás vieron!
No tengo traje de volados, ni rataplán ni galerita
ni botonazos de fulgurante ni regadera.
Sé sólo un chiste mediocre
y mejor no lo supiera: mi vida. ¡Jú, jú, jú!
Soy un payaso y si hace falta
soy el oso, el tony, el pony,
el acomodador, el director de pista,
el dentista del elefante y el tragafuegos.
¿Por qué soy un circo entero?
Porque vos estás tan triste,
amigo del alma. Oí...
(Cantado)
Soy un circo, hermano mío, soy un circo,
secá tu llanto en la melena del león,
después vestite con mi frac de pajaritos
que el Quijote y Buster Keaton
nos esperan en el hall.
En mi circo todo está color relincho,
colgá en los cuernos de la luna tu rencor,
si un gran bolsillo de payaso es el destino
vos entrá, que yo te pinto
de aspirina el machucón.
También la ternura de un bello fracaso
redime en la tragedia griega de vivir.
Como un revolcón de fiera rota
sufre aquel que más amó
y lo revive el propio amor ¡para insistir!
Qué serio me puse, ¡payaso y plomazo!
Se encienden las luces, vení por aquí,
que ya están sentados nuestros invitados
mientras la bandita los recibe así.
(Dicho)
En aquel palco con pinta fina
pero un poco presumidos,
distingo a tus perdones,
¿usan cornetillas para sordos, no es cierto?,
porque perdonan, pero no olvidan.
Veo a tu soledad en la platea.
Tus culpas no han llegado ¿o no tenés?
Y acaban de llenar los tablones de la popular
tus buenos recuerdos, tus lindos amores,
tal vez les des mejores ubicaciones
para las próximas funciones. Tal vez.
(Cantado)
Soy un circo, hermano mío, soy un circo,
se va la noche con su capa de satén
sembrando un mágico alboroto de cariños
al notar que has sonreído
con un poco de niñez.
Y, al final, cuando mi circo esté vacío
la muerte hará su viejo número sin red,
vos temblarás por el milagro de estar vivo,
con el alma en equilibrio
sobre un lirio de papel.
(Dicho)
Y ahora que estás de esperanza
y arriba del trapecio danza
la aurora niña,
¡nada por aquí, nada por allá!
(Cantado)
De pito y voltereta
mi circo ya se va,
con sueños de poeta
y el canto fraternal.
(Dicho)
Adiós, adiós, hermano mío,
adiós, mi circo ya se va,
mi circo ya se va.
Mi circo ¡ya se fue!
Ik ben een circus
(Gezegd)
- Dames en heren... Muziek, maestro!
Ik ben een clown die niet door Picasso is geschilderd
en Sarrasani en de Grote Thiany hebben me nooit gezien!
Ik heb geen kostuum van vliegers, geen rataplan of galerij
geen knopen van bliksem of een gieter.
Ik ken alleen een middelmatige grap
en beter had ik het niet geweten: mijn leven. Ha, ha, ha!
Ik ben een clown en als het nodig is
ben ik de beer, de tony, de pony,
de plaatsvervanger, de piste-directeur,
de tandarts van de olifant en de vuurspuwer.
Waarom ben ik een heel circus?
Omdat jij zo verdrietig bent,
vriend van mijn ziel. Hoor...
(Zongen)
Ik ben een circus, mijn broer, ik ben een circus,
droog je tranen in de manen van de leeuw,
verkleed je daarna in mijn rokkostuum van vogeltjes
want Don Quichot en Buster Keaton
wachten op ons in de hal.
In mijn circus is alles kleurig en vrolijk,
hang je wrok aan de hoorns van de maan,
als een grote clownzak het lot is
kom binnen, ik schilder je
met aspirine de blauwe plek.
Ook de tederheid van een mooie mislukking
verlost in de Griekse tragedie van het leven.
Als een rol van een gebroken wild dier
lijdt degene die het meest heeft gehouden
en de liefde herleeft om door te gaan!
Wat serieus ik ben geworden, clown en saai!
De lichten gaan aan, kom hier,
want onze gasten zijn al gaan zitten
terwijl de band ze zo verwelkomt.
(Gezegd)
In dat loge met een chique uitstraling
maar een beetje verwaand,
herken ik jouw verontschuldigingen,
gebruiken ze hoornjes voor doven, nietwaar?,
want ze vergeven, maar vergeten niet.
Ik zie jouw eenzaamheid in de zaal.
Jouw schuld is niet aangekomen, of heb je die niet?
En ze hebben net de planken van de populaire gevuld
met jouw mooie herinneringen, jouw mooie liefdes,
misschien geef je ze betere plaatsen
voor de volgende voorstellingen. Misschien.
(Zongen)
Ik ben een circus, mijn broer, ik ben een circus,
de nacht gaat met zijn satijnen cape weg
zaaiend een magische herrie van genegenheid
als je merkt dat je hebt gelachen
met een beetje kinderlijke vreugde.
En, aan het eind, wanneer mijn circus leeg is
zal de dood zijn oude act zonder net doen,
jij zult beven om de wonder van het leven,
met de ziel in balans
op een lelie van papier.
(Gezegd)
En nu je vol hoop bent
en boven de trapeze danst
het kinderlijke ochtendgloren,
niks hier, niks daar!
(Zongen)
Met fluit en salto
vertrekt mijn circus al,
met dromen van een dichter
en het broederlijke gezang.
(Gezegd)
Vaarwel, vaarwel, mijn broer,
vaarwel, mijn circus gaat al weg,
mijn circus gaat al weg.
Mijn circus is al vertrokken!