395px

De Ploeg

Inti-Illimani

El Arado

Aprieto firme mi mano
Y hundo el arado en la tierra
Hace años que llevo en ella
¿cómo no estar agotado?

Vuelan mariposas, cantan grillos,
La piel se me pone negra
Y el sol brilla, brilla, brilla.
El sudor me hace surcos,
Yo hago surcos a la tierra
Sin parar.

Afirmo bien la esperanza
Cuando pienso en la otra estrella;
Nunca es tarde me dice ella
La paloma volará.

Vuelan mariposas, cantan grillos,
La piel se me pone negra
Y el sol brilla, brilla, brilla.
Y en la tarde cuando vuelvo
En el cielo apareciendo
Una estrella.

Nunca es tarde, me dice ella,
La paloma volará, volará, volará,
Como el yugo de apretado
Tengo el puño esperanzado
Porque todo
Cambiará.

De Ploeg

Ik klem mijn hand stevig vast
En ploeg de aarde in de grond
Jarenlang ben ik hier al bezig
Hoe kan ik niet moe zijn?

Vlinders vliegen, krekels zingen,
Mijn huid wordt zwart van de zon
En de zon straalt, straalt, straalt.
Het zweet maakt groeven,
Ik maak groeven in de aarde
Zonder te stoppen.

Ik bevestig de hoop goed
Als ik denk aan de andere ster;
Het is nooit te laat, zegt ze
De duif zal vliegen.

Vlinders vliegen, krekels zingen,
Mijn huid wordt zwart van de zon
En de zon straalt, straalt, straalt.
En in de namiddag als ik terugkom
Verschijnt er aan de hemel
Een ster.

Het is nooit te laat, zegt ze,
De duif zal vliegen, vliegen, vliegen,
Zoals de juk strak is
Heb ik mijn vuist vol hoop
Want alles
Zal veranderen.

Escrita por: Victor Jara