395px

Vastgebonden aan de ziel

Invisible

Encadenado al ánima

Sí, el viejo portal del cielo
Sí, el viejo portal del cielo
Puede enfriar los cuerpos de hoy y ayer
Se niega el recuerdo por sano y se quema
En las puertas de una ciudad
Que aulla sin ser vista

Los planetas giran sin saberlo
Así como tu recuerdo vive en ellos
Sin que puedas correr allí
Sin que puedas correr allí

Las ventiscas en sombras ahuyentan el humo
De unos muñecos que se queman
En el alba roja y ardiente de la locura

Las caras que asoman la ventana
Quieren cristalizarse en mi pensamiento
En forma alucinatoria
En forma alucinatoria
Como si los muebles pudieran hablarme de ellas
Sin moverse
Produciendo ruidos incomprensibles a mi espalda

La noche despide
Su manera arrogante
De mecerse donde quiera
Y las ropas de los sirvientes
Caminan por la casa

La noche llega y tal vez
Mañana no exista el tiempo con sombras
La luz se duerme entre las piedras
Sacude sus plumas la avaricia
Salpicando el pasto inmolado

Los perros vuelan en las piernas de la noche
Que gime el viento frío
Desde la boca de un dragón sin ojos

El agujero de días de lluvia intensa
Trata de imantar alguna mujer sin cara
Que ronda por la casa

La distancia es un caudal de eternidad
Agazapada sobre la espalda de un león

Vastgebonden aan de ziel

Ja, de oude poort van de hemel
Ja, de oude poort van de hemel
Kan de lichamen van vandaag en gisteren afkoelen
Vergeet het verleden voor je eigen bestwil en het brandt
Bij de deuren van een stad
Die huilt zonder gezien te worden

De planeten draaien zonder het te weten
Net zoals jouw herinnering in hen leeft
Zonder dat je daarheen kunt rennen
Zonder dat je daarheen kunt rennen

De sneeuwstormen in de schaduw jagen de rook weg
Van poppen die verbranden
In de vurige rode dageraad van de waanzin

De gezichten die voor het raam verschijnen
Willen zich in mijn gedachten kristalliseren
In hallucinatoire vorm
In hallucinatoire vorm
Alsof de meubels me over hen kunnen vertellen
Zonder te bewegen
Geluiden producerend die onbegrijpelijk zijn achter mijn rug

De nacht laat los
Haar arrogante manier
Van wiegen waar ze maar wil
En de kleren van de bedienden
Lopen door het huis

De nacht komt en misschien
Bestaat de tijd morgen niet met schaduwen
Het licht slaapt tussen de stenen
Schudt zijn veren de hebzucht
Spetterend op het opgeofferde gras

De honden vliegen op de benen van de nacht
Die de koude wind huilt
Uit de mond van een blinde draak

Het gat van dagen van intense regen
Probeert een vrouw zonder gezicht aan te trekken
Die rond het huis dwaalt

De afstand is een stroom van eeuwigheid
In de luwte op de rug van een leeuw

Escrita por: Invisible