Madrina
Rondabas por mi dehesa
y un día me hablaste, llegando a mi altura:
-Su buen corazón, condesa,
hará que en el toro, yo llegue a figura.
Y ordené a mis mayorales,
conmovida por tu vó:
-Apartarle dos erale,
que a éste lo apadrino yo.
Subiste a los carteles,
en un momento...
los brillos de tus caireles,
son mi tormento.
Madrina,
por fuera jardin de rosa,
por dentro zarza de espina.
Madrina
mi pena es de dolorosa
mas nadie me la adivina.
No sabes de mi amargura, pues tu locura
solo es el toro
y a solas me bebo el llanto, de tanto y tanto
como te adoro.
Madrina...
Madrina, sin un lucero
Madrina, sin un te quiero...
la gente no se imagina,
-que el hombre de mi corazón-,
me llama solo: madrina.
Por culpa de una sonrisa,
que echaste a unos ojos que había en barrera:
un toro de mi divisa,
manchó de amapolas tu estampa torera.
¡Si se salva, Padre mio,
en silencio seguiré;
en tus manos los confío,
que eres el del gran poder!
De nuevo por las arenas
vistes de luces;
y yo mi caudal de pena
lloro entre cruces.
Madrina,
por fuera jardin de rosa,
por dentro zarza de espina.
Madrina
mi pena es de dolorosa
mas nadie me la adivina.
No sabes de mi amargura, pues tu locura
solo es el toro
y a solas me bebo el llanto, de tanto y tanto
como te adoro.
Madrina...
Madrina, sin un lucero
Madrina, sin un te quiero...
la gente no se imagina,
-que el hombre de mi corazón-,
me llama solo: madrina
Peetmoeder
Rondjes lopen door mijn weide
en op een dag sprak je me aan, op mijn hoogte:
-Haar goede hart, gravin,
zal ervoor zorgen dat ik in de stier, een figuur word.
En ik gaf mijn opzichters opdracht,
ontroerd door jouw stem:
-Haal er twee weg,
want deze ga ik peetvader zijn.
Je stond op de posters,
op een moment...
de glans van je krullen,
is mijn kwelling.
Peetmoeder,
buiten een rozen tuin,
binnen een doornstruik.
Peetmoeder,
mijn verdriet is pijnlijk,
maar niemand kan het raden.
Je weet niet van mijn bitterheid, want jouw gekte
is alleen de stier
en alleen drink ik de tranen, van zoveel en zoveel
als ik je aanbid.
Peetmoeder...
Peetmoeder, zonder een ster
Peetmoeder, zonder een 'ik hou van je'...
de mensen kunnen zich niet voorstellen,
-dat de man van mijn hart-,
mij alleen: peetmoeder noemt.
Door een glimlach,
die je gaf aan een paar ogen die in de barrières zaten:
een stier van mijn merk,
vervuilde jouw torero afbeelding met klaprozen.
Als hij het overleeft, mijn God,
zal ik in stilte doorgaan;
ik vertrouw ze in jouw handen,
want jij bent degene met de grote macht!
Weer op het zand
gekleed in lichten;
en ik, mijn stroom van verdriet,
weend tussen kruisen.
Peetmoeder,
buiten een rozen tuin,
binnen een doornstruik.
Peetmoeder,
mijn verdriet is pijnlijk,
maar niemand kan het raden.
Je weet niet van mijn bitterheid, want jouw gekte
is alleen de stier
en alleen drink ik de tranen, van zoveel en zoveel
als ik je aanbid.
Peetmoeder...
Peetmoeder, zonder een ster
Peetmoeder, zonder een 'ik hou van je'...
de mensen kunnen zich niet voorstellen,
-dat de man van mijn hart-,
mij alleen: peetmoeder noemt.