Romance de Valentia
Era mu poco en la vía
Tan poco que nada era,
Por no tene no tenía
Ni mare que lo quisiera.
Era un triste afisionao,
Que buscaba la ocasión
De dejar en un cerrao
Frente a un toro el corazón.
Romance de valentía
Escrito con luna blanca
Y gracia de Andalucía
En campos de Salamanca.
Embiste, toro bonito,
Embiste, por caria…
Morir se me importa un pito,
Pues nadie me iba a llora.
Aquí no hay plaza, ni hombre,
Ni traje tabaco y oro.
Aquí no hay plaza, ni hombre
Que esta delante de un toro.
En matarme no repare,
Te concedo hasta el perdon…
Y como no tengo mare,
La macarena me ampare
Si me cuelgas de un pitón.
Todas las noches saltaba
Sin miedo la talanquera
Y a cara o cruz se jugaba
Al toro la vía entera.
Quiza fuera colorao
Er bure que lo embistió
Y mordiendo su costao
Malherio lo dejo.
Romance de valentía
Teñio con luna blanca
Y sangre de Andalucía
En campos de Salamanca.
Adiós, plaza de Sevilla,
Ya nunca me habrás de ve,
Pisar tu arena amarilla,
Con tanto que lo soñé,
Adiós,capote de sea,
Que fuiste mi compañero,
Morir en esta pelea
Es cosa de buen torero.
Ya vestío de alambres
No ha de verme la afision
Y como no tengo mare,
La macarena me ampare
Y me de su bendición.
Y allí quedo entre al fiera,
Ninguno la vio cae,
Nadie reso tan siquiera?
Ni un Padre Nuestro por el…
Por el ninguna serrana
Lloro de luto vestía…
Por el ninguna campana
Doblo amaneciendo el día.
Pero en cambio entre asusena
Y entre velas enrisa,
En San Gil, la macarena,
Ay, si que lloraba de pena
Por la muerte der chava
Romance van Valentia
Er was weinig op de weg
Zo weinig dat er niets was,
Omdat hij niets had, had hij niet eens
Een moeder die hem wilde.
Hij was een treurig fanatiekeling,
Die zocht naar de kans
Om zijn hart voor een stier
In een omheining achter te laten.
Romance van moed
Geschreven met een witte maan
En de charme van Andalusië
In de velden van Salamanca.
Aanvallen, mooie stier,
Aanvallen, alsjeblieft...
Het maakt me geen reet uit om te sterven,
Want niemand zou om me huilen.
Hier is er geen arena, geen man,
Geen kostuum van tabak en goud.
Hier is er geen arena, geen man
Die voor een stier staat.
Als je me doodmaakt, let er niet op,
Ik geef je zelfs mijn vergeving...
En omdat ik geen moeder heb,
Laat de Macarena me beschermen
Als je me aan een hoorn hangt.
Elke nacht sprong ze
Zonder angst over de omheining
En speelde ze met het lot
Met de stier op de hele weg.
Misschien was het de rode
Die hem aanviel
En bijtend in zijn zij
Liet hij hem gewond achter.
Romance van moed
Gekleurd met een witte maan
En bloed van Andalusië
In de velden van Salamanca.
Vaarwel, arena van Sevilla,
Je zult me nooit meer zien,
De gele zand onder mijn voeten,
Met zoveel dromen erover,
Vaarwel, cape van zee,
Die mijn metgezel was,
Sterven in deze strijd
Is iets voor een goede matador.
Nu gekleed in draden
Zal de fan niet zien
En omdat ik geen moeder heb,
Laat de Macarena me beschermen
En me haar zegen geven.
En daar bleef ik tussen de beesten,
Niemand zag me vallen,
Niemand zei zelfs iets?
Geen Onze Vader voor hem...
Voor hem droeg geen vrouw
Rouwkleding...
Voor hem luidde geen klok
Bij het aanbreken van de dag.
Maar in plaats daarvan, tussen de zuchten
En tussen de kaarsen, lachte ze,
In San Gil, de Macarena,
Oh, hoe ze huilde van verdriet
Om de dood van de jongen.