395px

Houden van en Haten

Jaula de Grillos

Quererte Odiar

Eres ruido y silencio el fin,
de un principio intermedio de mi,
el antidoto y veneno de mi enfermedad.

Eres blanco,eres negro y el gris,
un te odio y un te quiero en mi,
eres dos polos opuestos de un mismo imán.

Ya no se vivir,
contigo ni sin ti,
conmigo sin sufrir,
no se reir y no llorar a la vez.
Es como un carrusel,
de daño y de placer,
quererte odiar y no poder.

Eres todo y eres nada,
la luz que me enciende y que me apaga,
el sur y el norte de los mapas de ningun lugar.

Eres ruido y silencio en mi,
un principio intermedio
y el fin de una historia que hace tiempo no debió empezar.

Ya no se vivir,
contigo ni sin ti,
conmigo sin sufrir,
no se reir y no llorar a la vez.
Es como un carrusel,
de daño y de placer,
quererte odiar y no poder.

Cada noche sueño,
que jamás te conocí,
y cuando despierto,
solo estoy pensando en tí.

Ya no se vivir así,
contigo ni sin ti,
conmigo sin sufrir,
no se reir y no llorar a la vez.
Es como un carrusel,
de daño y de placer,
quererte odiar y no poder,
quererte odiar y no poder.

Houden van en Haten

Jij bent lawaai en stilte het einde,
van een tussentijdse start van mij,
de antidote en het gif van mijn ziekte.

Jij bent wit, jij bent zwart en grijs,
een ik haat je en ik hou van je in mij,
jij bent twee tegenovergestelde polen van dezelfde magneet.

Ik weet niet meer hoe te leven,
met jou of zonder jou,
met mezelf zonder te lijden,
weet niet hoe ik moet lachen en tegelijk huilen.
Het is als een draaimolen,
van pijn en van plezier,
jou willen haten en niet kunnen.

Jij bent alles en jij bent niets,
de licht dat me aansteekt en weer dooft,
het zuiden en het noorden van kaarten van nergens.

Jij bent lawaai en stilte in mij,
een tussentijdse start
en het einde van een verhaal dat al lang niet had moeten beginnen.

Ik weet niet meer hoe te leven,
met jou of zonder jou,
met mezelf zonder te lijden,
weet niet hoe ik moet lachen en tegelijk huilen.
Het is als een draaimolen,
van pijn en van plezier,
jou willen haten en niet kunnen.

Elke nacht droom ik,
dat ik je nooit heb gekend,
en als ik wakker word,
ben ik alleen maar aan jou aan het denken.

Ik weet niet meer hoe te leven zo,
met jou of zonder jou,
met mezelf zonder te lijden,
weet niet hoe ik moet lachen en tegelijk huilen.
Het is als een draaimolen,
van pijn en van plezier,
jou willen haten en niet kunnen,
jou willen haten en niet kunnen.