395px

Een Vogel uit het Paradijs

Javier Ruibal

Un Ave Del Paraíso

Quiero entrar
a su jaula de cristal,
ella regala sus plumas
si rueda la luna
sobre la ciudad.

Ya soñé
que, a la luz del ventanal,
un beso en cada baldosa
y el pájaro rosa
me invita al sofá.

Y así el otoño en Urano
y el veranito en Neptuno,
dejar que pase el invierno
y, en mayo,
dar una vuelta a Saturno.

En la cola de un ave del Paraíso
se van mis amores sin compromiso
y en su nido yo quiero anidar;
y colgao del alero, de nube en nube,
la voy siguiendo, sube que sube,
y ahora no pienso bajar.

Átame
a tus alas, le pedí,
un triple salto al vacío,
que un escalofrío
se adueñe de mí.

¡Ay!, mi amor,
vámonos volando al sur:
regálame tu cintura,
soñando desnuda
bañada en azul.

Y así el otoño en Urano
y el veranito en Neptuno,
dejar que pase el invierno
y, en mayo,
dar una vuelta a Saturno.

Que moviera sus alas con tanta gracia,
juro por el cielo que en la galaxia
nunca vi pájaro igual.
Prendido en la melena de una centella
la voy siguiendo por las estrellas
y ahora no pienso bajar.

Een Vogel uit het Paradijs

Ik wil binnenkomen
in haar glazen kooi,
ze geeft haar veren weg
als de maan rolt
over de stad.

Ik heb al gedroomd
dat, bij het licht van het raam,
een kus op elke tegel
en de roze vogel
me uitnodigt op de bank.

En zo de herfst op Uranus
en de zomer op Neptunus,
laat de winter maar voorbijgaan
en, in mei,
maak een rondje om Saturnus.

In de staart van een vogel uit het Paradijs
verliezen mijn liefdes hun verplichtingen
en in haar nest wil ik nestelen;
en hangend aan de dakrand, van wolk naar wolk,
volg ik haar, omhoog en omhoog,
en nu denk ik niet aan naar beneden gaan.

Bind me
aan je vleugels, vroeg ik,
een drievoudige sprong in het niets,
laat een rilling
me overnemen.

Oh, mijn liefde,
laten we naar het zuiden vliegen:
geef me je taille,
dromend naakt
gewassen in blauw.

En zo de herfst op Uranus
en de zomer op Neptunus,
laat de winter maar voorbijgaan
en, in mei,
maak een rondje om Saturnus.

Dat ze haar vleugels zo elegant bewoog,
ik zweer bij de hemel dat ik in de melkweg
ooit een vogel zoals haar heb gezien.
Vastgeklemd in de manen van een ster
volg ik haar door de sterren
en nu denk ik niet aan naar beneden gaan.

Escrita por: Javier Ruibál