Pueblo Blanco
Colgado de un barranco
Duerme mi pueblo blanco
Bajo un cielo que a fuerza
De no ver nunca el mar
Se olvidó de llorar
Por sus callejas de polvo y piedra
Por no pasar ni pasó la guerra
Sólo el olvido camina lento
Bordeando la cañada
Donde no crece una flor
Ni trashuma un pastor
El sacristán ha visto
Hacerse viejo al cura
El cura ha visto al cabo
Y el cabo al sacristán
Y mi pueblo después
Vio morir a los tres
Y me pregunto ¿porqué nacerá gente
Si nacer o morir es indiferente?
De la siega a la siembra
Se vive en la taberna
Las comadres murmuran
Su historia en el umbral
De sus casas de cal
Y las muchachas hacen bolillo
Buscando ocultas tras los visillos
A ese hombre joven que noche a noche
Forjaron en su mente
Fuerte pa’ ser su señor
Y tierno para el amor
Ellas sueñan con él y él con irse muy lejos
De su pueblo
Y los viejos sueñan morirse en paz
Y morir por morir quieren morirse al sol
La boca abierta al calor como lagartos
Medio ocultos tras un sombrero de esparto
Escapad gente tierna que esta tierra está enferma
Y no esperes mañana lo que no te dio ayer
Que no hay nada que hacer
Toma tu mula, tu hembra y tu arreo
Y sigue el camino de pueblo hebreo
Y busca otra luna
Tal vez mañana sonría la fortuna
Y si te toca llorar es mejor frente al mar
Si yo pudiera unirme a un vuelo de palomas
Y atravesando lomas dejar mi pueblo atrás
Juro por lo que fui que me iría de aquí
Pero los muertos están en cautiverio
Y no nos dejan salir del cementerio
Witte Dorp
Hangend aan een afgrond
Slaapt mijn witte dorp
Onder een lucht die door
Nooit de zee te zien
Vergeten is te huilen
Door de stoffige steegjes van steen
De oorlog is er nooit geweest
Alleen de vergetelheid wandelt langzaam
Langs de kloof
Waar geen bloem groeit
En geen herder trekt
De koster heeft gezien
De priester oud worden
De priester heeft de sergeant gezien
En de sergeant de koster
En mijn dorp daarna
Zag de drie sterven
En ik vraag me af, waarom zou er mensen geboren worden
Als geboren of sterven niets uitmaakt?
Van de oogst naar de zaai
Leven ze in de taverne
De buurvrouwen fluisteren
Hun verhaal op de drempel
Van hun kalkwitte huizen
En de meisjes maken kant
Zoekend verstopt achter de gordijnen
Naar die jonge man die nacht na nacht
In hun gedachten werd gesmeed
Sterk om hun heer te zijn
En teder voor de liefde
Zij dromen van hem en hij van ver weg gaan
Van zijn dorp
En de ouderen dromen van in vrede sterven
En willen sterven voor de dood, willen sterven in de zon
Met de mond open voor de warmte als hagedissen
Half verborgen onder een rieten hoed
Ontsnap, tedere mensen, deze aarde is ziek
En verwacht niet morgen wat je gisteren niet kreeg
Want er is niets te doen
Neem je muilezel, je vrouw en je spulletjes
En volg de weg van het Hebreeuwse dorp
En zoek een andere maan
Misschien glimlacht het geluk morgen
En als je moet huilen, is het beter voor de zee
Als ik me bij een vlucht van duiven kon voegen
En over heuvels mijn dorp achterlaten
Zweer bij wat ik was dat ik hier weg zou gaan
Maar de doden zijn in gevangenschap
En laten ons niet uit het kerkhof.