395px

Lied Voor Mijn Meesteres

Joan Manuel Serrat

Canción Para Mi Maestra

Érase una vez... usted, maestra, y su mundo
De tintero y banco, pizarra y delantal blanco
Buenos días, por la mañana, nos decíais
En pie entre dos fotografías
Y una cruz, una oración y una canción y un beso en la mejilla

Buenos días, maestra... Pero usted nunca supo, maestra, que cuando quería que cantara que tres por una eran tres mis ojillos arañaban francamente las rodillas que púdicamente usted apretaba y apretaba, pero un número no vale lo que una piel rosada. A pesar de que nos hacía ir a la iglesia y me quitaba el regaliz aquél era un mundo pequeño y maravilloso, un mundo de tizas de colores que usted pintaba y usted borraba... Sólo usted, rodeada de curas, le daba la razón de llamarse "niños" a un mundo de cuatro palmos. Y si alguna vez piensa en mí, maestra, que de sus ojillos azules nazca siempre aquella paz que me hacía un poco más dulce la escuela y que no se le haga un nudo en la garganta diciendo: «qué han hecho...», «a dónde han llevado a mi puñado de pequeños...» porque usted no sabía, maestra, que el mundo es siempre el mundo, que el hombre siempre es el hombre, pero no es lo mismo su olor, ¡ay! maestra, que el aire de la calle.

Lied Voor Mijn Meesteres

Er was eens... u, meesteres, en uw wereld
Van inkt en bank, bord en witte schort
Goedemorgen, 's ochtends, zei u tegen ons
Opgericht tussen twee foto's
En een kruis, een gebed en een lied en een kus op de wang

Goedemorgen, meesteres... Maar u wist nooit, meesteres, dat wanneer u wilde dat ik zong dat drie keer één drie mijn oogjes ronddraaiden en eerlijk mijn knieën kraste die u beschaamd kneep en kneep, maar een nummer is niet wat een blote huid waard is. Ondanks dat u ons naar de kerk liet gaan en me die drop afnam was dat een kleine, wonderlijke wereld, een wereld van gekleurde krijtjes die u schilderde en u uitveegde... Alleen u, omringd door priesters, gaf het gelijk om 'kinderen' te noemen in een wereld van vier palmen. En als u ooit aan mij denkt, meesteres, dat uit uw blauwe oogjes altijd die vrede mag voortkomen die school een beetje zoeter voor me maakte en dat er geen brok in uw keel ontstaat zeggend: 'wat hebben ze gedaan...', 'waar hebben ze mijn handvol kleintjes heen gebracht...' omdat u niet wist, meesteres, dat de wereld altijd de wereld is, dat de mens altijd de mens is, maar het is niet dezelfde geur, oh! meesteres, als de lucht van de straat.

Escrita por: