Fiesta
Gloria a Dios en las alturas
Recogieron las basuras
De mi calle, ayer a oscuras
Y hoy sembrada de bombillas
Y colgaron de un cordel
De esquina a esquina un cartel
Y banderas de papel
Verdes, rojas y amarillas
Y al darles el Sol la espalda
Revolotean las faldas
Bajo un manto de guirnaldas
Para que el cielo no vea
En la noche de San Juan
Como comparten su pan
Su mujer y su gabán
Gentes de cien mil raleas
Apurad
Que allí os espero si queréis venir
Pues cae la noche y ya se van
Nuestras miserias a dormir
Vamos subiendo la cuesta
Que arriba mi calle
Se vistió de fiesta
Hoy el noble y el villano
El prohombre y el gusano
Bailan y se dan la mano
Sin importarles la facha
Juntos, los encuentra el Sol
A la sombra de un farol
Empapados en alcohol
Magreando a una muchacha
Y con la resaca a cuestas
Vuelve el pobre a su pobreza
Vuelve el rico a su riqueza
Y el señor cura a sus misas
Se despertó el bien y el mal
La zorra pobre al portal
La zorra rica al rosal
Y el avaro a las divisas
Se acabó
El Sol nos dice que llegó el final
Por una noche se olvidó
Que cada uno es cada cual
Vamos bajando la cuesta
Que arriba en mi calle
Se acabó la fiesta
Feest
Eer aan God in de hoogte
Verzameld het afval
Van mijn straat, gisteravond in het donker
En vandaag vol met lampjes
En ze hingen van een touw
Van hoek tot hoek een bord
En papieren vlaggen
Groen, rood en geel
En als de zon hun rug toekeert
Fladderen de rokken
Onder een deken van slingers
Zodat de hemel het niet ziet
In de nacht van San Juan
Hoe ze hun brood delen
Zijn vrouw en zijn jas
Mensen van honderdduizend rassen
Haast je
Want daar wacht ik op jullie als jullie willen komen
De nacht valt en ze gaan al
Onze ellende gaat slapen
We klimmen de helling op
Want bovenaan mijn straat
Is het feest begonnen
Vandaag de edelman en de boer
De belangrijke man en de worm
Dansen en schudden handen
Zonder zich druk te maken om het uiterlijk
Samen vindt de zon hen
In de schaduw van een lantaarn
Doorweekt van de alcohol
Flirtend met een meisje
En met de kater op hun schouders
Keert de arme terug naar zijn armoede
Keert de rijke terug naar zijn rijkdom
En de heer pastoor naar zijn missen
Het goede en het kwade zijn wakker
De arme vos bij de deur
De rijke vos bij de rozenstruik
En de gierigaard bij zijn geld
Het is voorbij
De zon zegt ons dat het einde is gekomen
Voor één nacht vergat hij
Dat ieder zijn eigen is
We dalen de helling af
Want bovenaan in mijn straat
Is het feest voorbij