Cantares
Todo pasa y todo queda
Pero lo nuestro es pasar
Pasar haciendo caminos
Caminos sobre la mar
Nunca perseguí la gloria
Ni dejar en la memoria
De los hombres, mi canción
Yo amo los mundos sutiles
Ingrávidos y gentiles
Como pompas de jabón
Me gusta verlos pintarse
De Sol y grana, volar
Bajo el cielo azul, temblar
Súbitamente y quebrarse
Nunca perseguí la gloria
Caminante
Son tus huellas el camino y nada más
Caminante, no hay camino
Se hace camino al andar
Al andar, se hace camino
Y al volver la vista atrás
Se ve la senda que nunca
Se ha de volver a pisar
Caminante, no hay camino
Sino estelas en la mar
Hace algún tiempo, en ese lugar
Donde hoy los bosques se visten de espinos
Se oyó la voz de un poeta gritar
Caminante, no hay camino
Se hace camino al andar
Golpe a golpe, verso a verso
Murió el poeta, lejos del hogar
Le cubre el polvo de un país vecino
Al alejarse, le vieron llorar
Caminante, no hay camino
Se hace camino al andar
Golpe a golpe, verso a verso
Cuando el jilguero no puede cantar
Cuando el poeta es un peregrino
Cuando de nada nos sirve rezar
Caminante, no hay camino
Se hace camino al andar
Golpe a golpe, verso a verso
Golpe a golpe, verso a verso
Golpe a golpe, verso a verso
Zingen
Alles gaat voorbij en alles blijft
Maar wat wij doen is voorbijgaan
Voorbijgaan door wegen te maken
Wegen over de zee
Nooit heb ik de glorie nagestreefd
Of in het geheugen achter te laten
Van de mensen, mijn lied
Ik hou van de subtiele werelden
Licht en vriendelijk
Als zeepbellen
Ik vind het leuk om ze te zien kleuren
Van zon en scharlaken, vliegen
Onder de blauwe lucht, trillen
Plotseling en breken
Nooit heb ik de glorie nagestreefd
Wandelaar
Jouw voetsporen zijn de weg en niets meer
Wandelaar, er is geen weg
De weg ontstaat al wandelend
Al wandelend, ontstaat de weg
En als je terugkijkt
Zie je het pad dat nooit
Meer betreden zal worden
Wandelaar, er is geen weg
Behalve sporen op de zee
Een tijd geleden, op die plek
Waar vandaag de bossen zich in doornen hullen
Hoorde men de stem van een dichter schreeuwen
Wandelaar, er is geen weg
De weg ontstaat al wandelend
Klap voor klap, vers voor vers
De dichter stierf, ver van huis
Het stof van een buurland bedekt hem
Toen hij wegging, zagen ze hem huilen
Wandelaar, er is geen weg
De weg ontstaat al wandelend
Klappen voor klap, vers voor vers
Wanneer de distelvink niet kan zingen
Wanneer de dichter een pelgrim is
Wanneer bidden ons niets meer helpt
Wandelaar, er is geen weg
De weg ontstaat al wandelend
Klap voor klap, vers voor vers
Klap voor klap, vers voor vers
Klap voor klap, vers voor vers