395px

Mevrouw

João Bosco

Sinhá

Se a dona se banhou
Eu não estava lá
Por Deus, nosso Senhor
Eu não olhei, Sinhá

Estava lá na roça
Sou de olhar ninguém
Não tenho mais cobiça
Nem enxergo bem

Pra quê me por no tronco
Pra quê me aleijar
Eu juro a vosmecer
Que nunca vi Sinhá

Por que me faz tão mal
Com olhos tão azuis
Me benzo com o sinal
Da Santa Cruz

Eu só cheguei no açude
Atrás da sabiá
Olhava o arvorero
Eu não olhei Sinhá

Se a dona se despiu
Eu já andava além
Estava na amoenda
Estava para Xerém

Por que talhar meu corpo
Eu não olhei Sinhá
Pra quê que vosmecer
Meus olhos vai furar

Eu choro em iorubá
Mas oro por Jesus
Pra quê que vassumcê
Me tira a luz

E assim vai se encerrar
O canto de um cantor
Um voz no pelourinho
E ares de senhor

Cantor atormentado
Herdeiro sarará
Do nome do renome

De um feroz senhor de engenho
E das mandingas de um escravo
Que no engenho enfeitiçou
Sinhá

Mevrouw

Als de dame zich waste
Was ik daar niet
Bij God, onze Heer
Heb ik niet gekeken, Mevrouw

Ik was daar op het land
Ik kijk naar niemand
Ik heb geen verlangen meer
En zie niet goed

Waarom me in de boeien stoppen
Waarom me verwonden
Ik zweer je, mevrouw
Dat ik je nooit heb gezien

Waarom doet het zo'n pijn
Met zulke blauwe ogen
Ik zeg een gebed
Met het teken van het Heilig Kruis

Ik kwam alleen bij de vijver
Achter de zangvogel
Ik keek naar de bomen
Ik heb niet gekeken, Mevrouw

Als de dame zich ontkleedde
Was ik al verder weg
Ik was bij de maïs
Ik was naar Xerém

Waarom mijn lichaam snijden
Ik heb niet gekeken, Mevrouw
Waarom zou je, mevrouw
Mijn ogen willen doorboren

Ik huil in het Yoruba
Maar bid voor Jezus
Waarom haalt u, mevrouw
Het licht van me weg

En zo zal het eindigen
Het lied van een zanger
Een stem in de schandpaal
En de lucht van een heer

Getroebleerde zanger
Erfgenaam van de sarará
Van de naam van de naam

Van een wrede heer van de suikerplantage
En de toverspreuken van een slaaf
Die in de suikerplantage betoverde
Mevrouw

Escrita por: Chico Buarque / Joao Bosco De Freitas Mucci