395px

De Geluk

João Gilberto

A Felicidade

Tristeza não tem fim
Felicidade, sim

A felicidade é como a pluma
Que o vento vai levando pelo ar
Voa tão leve, mas tem a vida breve
Precisa que haja vento sem parar

A felicidade do pobre parece
A grande ilusão do carnaval
A gente trabalha o ano inteiro
Por um momento de sonho pra fazer a fantasia
De rei, ou de pirata, ou jardineira
E tudo se acabar na quarta-feira

Tristeza não tem fim
Felicidade, sim
Tristeza não tem fim
Felicidade, sim

A felicidade é como a gota
De orvalho numa pétala de flor
Brilha tranquila, depois de leve, oscila
E cai como uma lágrima de amor

A minha felicidade está sonhando
Nos olhos da minha namorada
É como esta noite passando, passando
Em busca da madrugada, falem baixo, por favor
Pra que ela acorde alegre como o dia
Oferecendo beijos de amor

Tristeza não tem fim
Felicidade, sim
Tristeza não tem fim
Felicidade, sim
Tristeza não tem fim
Felicidade, sim
Tristeza não tem fim
Felicidade, sim

De Geluk

Verdriet kent geen einde
Geluk, dat wel

Geluk is als een veertje
Dat de wind door de lucht laat zweven
Het vliegt zo licht, maar heeft een kort leven
Het heeft wind nodig die nooit stopt

Het geluk van de arme lijkt
De grote illusie van het carnaval
We werken het hele jaar door
Voor een moment van droom om de fantasie te maken
Van koning, of van piraat, of tuinier
En alles eindigt op woensdag

Verdriet kent geen einde
Geluk, dat wel
Verdriet kent geen einde
Geluk, dat wel

Geluk is als de druppel
Van dauw op een bloemblaadje
Het straalt rustig, daarna wiebelt het licht
En valt als een traan van liefde

Mijn geluk droomt
In de ogen van mijn vriendin
Het is als deze nacht die voorbijgaat, voorbijgaat
Op zoek naar de ochtend, spreek zachtjes, alsjeblieft
Zodat ze vrolijk wakker wordt als de dag
Met kussen van liefde

Verdriet kent geen einde
Geluk, dat wel
Verdriet kent geen einde
Geluk, dat wel
Verdriet kent geen einde
Geluk, dat wel
Verdriet kent geen einde
Geluk, dat wel

Escrita por: Antonio Carlos Jobim / Vinícius de Moraes